Zoek
woensdag 8 februari 2012  Soorten » Levende atlas » Ringslang » 3 perioden Registreren  Inloggen

 Vergelijking 3 perioden

511_3 perioden ringslang.pngDeze kaart geeft de verspreiding van de ringslang weer over de 3 perioden samen. In deze kaart is goed te zien waar de ringslang vroeger wel voorkwam maar tegenwoordig niet meer. Ook is er te zien op welke locaties ringslangen pas laat ontdekt werden of welke locaties recent zijn gekoloniseerd.

t/m 1970 In deze periode tekenen zich de huidige verspreidingskernen al duidelijk af. De Utrechts-Noordhollandse kern omvat de meeste waarnemingen. De soort bezet hier vooral de landgoederenzones en laagvenen op en langs de randen van de Utrechtse Heuvelrug. Daarnaast komt de soort voor langs het IJmeer, waar hij sterk gebonden is aan de IJsselmeerdijken. In Gelderland wordt de ringslang gemeld van de Veluwe, vooral op de overgangen naar de rivierdalen van Nederrijn en IJssel. In Overijssel is de soort verspreid over de provincie aanwezig.

In Noord-Nederland wordt de soort verspreid over de provincies Drenthe en Friesland gemeld, met een uitloper in de kop van Overijssel. Een duidelijke kern vormt het kleinschalige, vochtige landschap rond de provinciegrenzen van deze drie provincies. Hier ligt een aantal beekdalen, afgewisseld met een rijk geschakeerd landschap van bos, heide, veenrestanten en cultuurlandschap doorsneden met houtwallen en sloten. Uit de Weerribben wordt de soort nog nauwelijks gemeld. Uit Groningen wordt de ringslang slechts gemeld ten zuiden van de stad Groningen (1901) en nabij Slochteren (1916).

Opvallend is de snelle aanwezigheid van de ringslang na drooglegging van de Noordoostpolder in 1942. In 1948 wordt de eerste ringslang al uit het Kuinderbos gemeld. Op voor de ringslang overbrugbare afstand liggen leefgebieden in de Tjongervallei en de Weerribben (Reinhold 2005b, Zuiderwijk & Smit 1990).

Zie ook andere perioden:

  

© PlumIT