De meeste kerngebieden van voor 1991 zijn ook nu duidelijk herkenbaar. Er vinden weinig wijzigingen plaats, het gaat voornamelijk om herbevestiging van al bekende vindplaatsen of vondsten rond de al bekende vindplaatsen.
De Veluwe vormt het grootste en belangrijkste kerngebied voor de Hazelworm met ruim 60 aaneengesloten uurhokken. De Utrechtse Heuvelrug, Zuid-Limburg en het Drents-Friese plateau zijn met 25-35 aaneengesloten uurhokken ook van groot belang. Ook enkele kleinere stuwwallen en rivierduincomplexen ten oosten van de Maas en kleinschalige landschappen (o.a. in de Achterhoek) herbergen kleinere concentraties. Buiten de kerngebieden vallen de laatste tien jaar relatief veel gaten in het verspreidingsbeeld. Het is niet duidelijk of dit een gevolg is van een lage inventarisatieactiviteit. Opmerkelijk laag blijven de dichtheden in Noord-Brabant.
Zie ook de eerdere periode: 1971 t/m 1995