Het areaal van de vuursalamander strekt zich uit van het uiterste noorden van Duitsland verloopt dan oostelijk via Zuid-Polen, Oekraïne, Roemenië en Bulgarije tot in Griekenland. De exacte grenzen in deze landen zijn niet goed bekend. De westgrens loopt via het zuiden van Nederland en door België. De soort komt in vrijwel geheel Frankrijk voor en in grote delen van het Iberisch Schiereiland. De soort komt voor tot in het zuiden van Italië en op de Balkan. In de Alpen en in Hongarije zijn grote delen onbezet (Thiesmeier 2004).
Het aantal ondersoorten is aan enige discussie onderhevig, maar omvat minimaal elf duidelijk te onderscheiden vormen (Thiesmeier 2004). In Noord Afrika, Corsica en het Midden Oosten komen andere soorten voor die voorheen als ondersoorten werden beschouwd (Veith 1994, Steinfartz et al. 2000, Thiesmeier 2004). De in Nederland voorkomende ondersoort Salamandra salamandra terrestris komt ook voor in België en in Frankrijk tot aan de Pyreneeën, en in Spanje in Catalonië. De west- en noordzijde van de Alpen worden ook door deze ondersoort bezet evenals de westelijke en noordelijke delen van Duitsland. In het zuiden en oosten van Duitsland bevindt zich een overgangszone met de oostelijke nominaatvorm S. s. salamandra (Thiesmeier, 2004).
In de aan Nederland grenzende delen van België en Duitsland komt de vuursalamander voor in respectievelijk de Voerstreek (Bauwens & Claus 1996, Schops 1999), ten zuidoosten van Vaals, ten zuiden van Winterswijk en ten oosten van Denekamp en Losser (Thiesmeier & Günther 1996). De meeste Europese populaties zijn aanwezig op hoogten tussen de 200 en 1000 meter, maar er zijn vindplaatsen tot op 2000 meter hoogte bekend (Gasc et al. 1997).