Een kikker die zich voortplant in een poel, overwintert misschien honderden meters verderop in een bosrand. Een hagedis heeft zonnige plekken nodig om op te warmen, maar ook struiken en stenen om zich te verschuilen. En vissen zijn afhankelijk van schoon water, voldoende voedsel en vrije routes naar paaigebieden. Reptielen, amfibieën en zoetwatervissen gebruiken hun leefgebied dus op verschillende manieren gedurende hun leven.
Daarom is één geschikte plek vaak niet genoeg. Dieren moeten zich veilig kunnen verplaatsen tussen gebieden waar ze voedsel vinden, rusten, overwinteren en zich voortplanten. Een drukke weg, een stuw of een verdroogde sloot kan zo’n route onderbreken. Als één belangrijke schakel ontbreekt, kan een populatie snel kleiner en kwetsbaarder worden.
RAVON werkt aan het herstellen, verbeteren en verbinden van deze leefgebieden. Daarbij kijken we verder dan één poel, beek of bosje. Het hele landschap telt mee: waterkwaliteit, bodem, oevers, begroeiing, beheer en de aanwezigheid van barrières. Door al deze onderdelen in samenhang te bekijken, ontstaan leefgebieden waarin dieren niet alleen kunnen overleven, maar ook duurzame populaties kunnen opbouwen.
Veel leefgebieden staan onder druk. Denk aan verdroging, versnippering, slechte waterkwaliteit, intensief beheer, het verdwijnen van voortplantingswateren of barrières zoals wegen, stuwen, beschoeiingen en straatkolken. Ook ruimtelijke ontwikkelingen kunnen leefgebieden aantasten of soorten isoleren. RAVON brengt knelpunten in beeld en stelt praktische herstelmaatregelen voor. Dat kan gaan om het verbeteren van bestaande leefgebieden, het aanleggen van nieuwe poelen of structuren, het herstellen van oevers en waterlopen, het passeerbaar maken van barrières of het aanpassen van beheer.
Een goed leefgebied staat zelden op zichzelf. Veel soorten gebruiken meerdere plekken in het landschap. Amfibieën trekken bijvoorbeeld tussen voortplantingswateren en landhabitat. Reptielen hebben zonplekken, schuilplaatsen, overwinteringsplekken en veilige verbindingen nodig. Vissen zijn afhankelijk van passeerbare waterlopen, paaihabitat, opgroeigebieden en voldoende waterkwaliteit. RAVON naar samenhang. We adviseren over verbindingszones, faunapassages, ecoducten, vispassages en andere maatregelen die uitwisseling tussen populaties mogelijk maken. Zo kunnen soorten zich verplaatsen, nieuwe gebieden bereiken en blijven populaties op lange termijn sterker.
Herstel begint vaak met inrichting, maar valt of staat met goed beheer. Een poel kan geschikt worden aangelegd, maar verliest zijn waarde als hij dichtgroeit of te vaak wordt geschoond. Een reptielenhabitat kan goed zijn ingericht, maar ongeschikt worden door te intensief maaien of juist door verruiging en beschaduwing. Een waterloop kan worden hersteld, maar vraagt blijvende aandacht voor stroming, structuur, waterkwaliteit en passeerbaarheid. RAVON combineert advies over inrichting met beheeradvies. We kijken wat een gebied nodig heeft, welke soorten er voorkomen en welke maatregelen haalbaar zijn voor de beheerder. Zo ontstaan adviezen die ecologisch onderbouwd én praktisch uitvoerbaar zijn.
Herstel van leefgebieden kan veel vormen aannemen. Afhankelijk van soort, landschap en knelpunt adviseert RAVON onder andere over:
RAVON is zelf geen terreineigenaar. Om leefgebieden te herstellen werkt RAVON intensief samen met gemeenten, provincies, waterschappen, terreinbeheerders, adviesbureaus, aannemers, onderzoekers, vrijwilligers en maatschappelijke partners. Vrijwilligers spelen daarbij een belangrijke rol. Zij verzamelen gegevens, signaleren knelpunten en helpen bij bescherming en monitoring in het veld. RAVON verbindt deze praktijkkennis met ecologische expertise, zodat herstelmaatregelen beter aansluiten op wat soorten werkelijk nodig hebben.
Omdat reptielen, amfibieën en zoetwatervissen afhankelijk zijn van gezonde, verbonden leefgebieden om te kunnen voortplanten, schuilen, overwinteren en voedsel te vinden.
RAVON werkt onder meer aan herstel van poelen, beken, moerassen, oevers, heide, veengebieden, bermen en andere landschappen die belangrijk zijn voor soorten.
Door onderzoek, veldkennis en monitoring brengen we in beeld welke knelpunten er zijn en welke omstandigheden soorten nodig hebben om te herstellen.
RAVON werkt samen met overheden, terreinbeheerders, onderzoekers, vrijwilligers, bedrijven en maatschappelijke partners.
We volgen de effecten in het veld, delen resultaten en gebruiken die kennis om beheer en inrichting waar nodig te verbeteren.