Heidelandschappen zijn van groot belang voor de biodiversiteit in Nederland, maar het beheer ervan vraagt om zorgvuldige keuzes. In dit rapport zijn de effecten van begrazing op kenmerkende diersoorten van de Brabantse heide onderzocht, met aandacht voor verschillen in begrazingsdruk, duur en habitat (droge en natte heide). Het onderzoek bestond uit een trendanalyse (1990–2011) voor meerdere soortgroepen en uitgebreid veldonderzoek naar reptielen en diverse insectengroepen.
De resultaten laten zien dat begrazing vaak positief uitpakt, mits deze niet te intensief is. Veel broedvogels, sprinkhanen, bijen, zweefvliegen en mieren profiteren van (extensieve) begrazing, vooral in droge heide. Tegelijkertijd reageren reptielen zoals de levendbarende hagedis en gladde slang overwegend negatief op begrazing. Ook soorten van natte heide, zoals bepaalde dagvlinders, laten vaker een negatieve trend zien, met enkele uitzonderingen bij mierafhankelijke soorten.
In de synthese wordt begrazing beschreven als een verstoringsfactor die natuurlijke successie afremt en nieuwe leefomstandigheden creëert. Of dit gunstig is, hangt sterk af van soort, habitat en beheerintensiteit. Begrazing is effectief voor het tegengaan van vergrassing en het vergroten van structuurvariatie, vooral in droge en grotere heideterreinen, maar draagt slechts beperkt bij aan het oplossen van verdroging en stikstofproblematiek. Het rapport pleit daarom voor maatwerk en een afgewogen inzet van begrazing, eventueel in combinatie met andere beheermaatregelen.