Op veel plekken zijn vispassages aangelegd om vissen langs sluizen, gemalen en andere barrières te helpen. Maar de aanwezigheid van een vispassage betekent niet automatisch dat vissen er ook goed doorheen komen. De vraag is steeds: vinden de vissen de ingang, kunnen ze de passage gebruiken en komen ze op het juiste moment aan de andere kant?
Met Passagecheck onderzoekt RAVON hoe goed vismigratievoorzieningen werken. Daarbij kijken we vooral naar soorten die moeite hebben met sterke stroming of korte passeervensters, zoals glasaal en driedoornige stekelbaars.
Veel trekvissen moeten tijdens hun leven verschillende wateren kunnen bereiken. Glasaal trekt vanuit zee het zoete water in om daar op te groeien. Driedoornige stekelbaarzen kunnen tussen zout en zoet water migreren. Onderweg komen ze sluizen, gemalen, stuwen en andere kunstwerken tegen.
Juist bij de overgang van zout naar zoet water kan één barrière bepalend zijn. Als de timing, stroming of lokstroom niet klopt, kunnen grote aantallen vissen voor de deur blijven hangen of weer verdwijnen zonder binnen te komen.
Een Passagecheck laat zien waar het misgaat en welke aanpassingen nodig zijn.
De resultaten worden niet alleen beschreven als losse vangsten. RAVON gebruikt onder meer doortrekcurves om te bepalen hoe snel en in welke aantallen vissen passeren. Daaruit volgt een beeld van de efficiëntie van de voorziening.
Ook wordt gekeken naar de omstandigheden rond de passage. Stroomsnelheid, waterstand, timing van spuien, lokstroom, licht, getij en de vorm van de instroomopening kunnen allemaal invloed hebben op het gedrag van vissen.
Met camerabeelden, metingen en terugvangsten wordt duidelijk of de voorziening past bij de doelsoorten.
Een goed voorbeeld is de Passagecheck bij de Bathse Spuisluis. Deze sluis ligt aan de Westerschelde en vormt voor glasaal de ingang naar een route richting het zoete achterland. Door de grote afvoer heeft de sluis een sterke aantrekkende werking op trekvissen, maar tegelijk vormt hij ook een forse barrière.
Eén van de spuikokers is uitgerust met een vismigratievoorziening. Door een korte sluitvertraging bij opkomend tij ontstaat een inspoelmoment, bedoeld om zwakke zwemmers zoals glasaal naar binnen te laten.
RAVON onderzocht met merk-terugvangst of dat in de praktijk ook gebeurde.
Het aanbod van glasaal was groot, maar de passage werkte niet optimaal. Een deel van de glasalen trok naar binnen, maar een aanzienlijk deel spoelde ook weer uit. Ook bleek dat de timing van het spuiregime en het inspoelmoment niet goed aansloot op het moment waarop de meeste glasalen actief voor de sluis aanwezig waren.
Bij een aangepast spuiregime, waarbij voorafgaand aan het inspoelmoment niet werd gespuid, werden veel meer glasalen direct voor de deur gemeten. Dat laat zien dat kleine aanpassingen in beheer veel verschil kunnen maken.
Het bijzondere aan Passagecheck is dat niet alleen naar techniek wordt gekeken, maar vooral naar het gedrag van vissen. Vissen reageren op stroming, licht, getij, schuilmogelijkheden en timing. Een passage kan technisch aanwezig zijn, maar toch slecht aansluiten op wat de soort nodig heeft.
Door dat gedrag goed te meten, kunnen concrete verbeteringen worden voorgesteld. Soms gaat het om instellingen van een sluis of gemaal. Soms om de timing van een inspoelmoment, de lokstroom, de locatie van de ingang of de inrichting rond de passage.
De uitkomsten van Passagecheck zijn direct bruikbaar voor beheerders. Ze laten zien hoe een vispassage in de praktijk presteert en waar aanpassing nodig is. Daarmee kan een bestaande voorziening vaak beter gaan functioneren zonder dat meteen een volledig nieuw kunstwerk nodig is.
Voor vismigratie is dat belangrijk. Elke extra succesvolle passage betekent dat meer vissen hun opgroeigebied, paaigebied of leefgebied bereiken.
RAVON voert Passagechecks uit bij sluizen, gemalen en andere vismigratievoorzieningen. We combineren veldonderzoek met kennis van visgedrag, migratie, waterbeheer en techniek.
Op basis van de resultaten adviseren we hoe een passage beter kan functioneren voor soorten als glasaal, driedoornige stekelbaars en andere trekvissen. Zo wordt duidelijk of een voorziening niet alleen op papier passeerbaar is, maar ook in het veld werkt.