Een Zegen in de Delta – 2018-2020 Onderzoek naar de kraamkamerfunctie van de Zuid-Hollandse delta

Jaar: 2019
Uitgever: RAVON

Naast een migratieroute voor trekvissen, vormen de deltawateren een belangrijke kraamkamer voor een breed scala aan vissoorten van zoet, brak en zout water. De ondiepe, relatief laag-dynamische zones worden vaak gezien als ecologisch zeer waardevol, en geschikt als opgroeizone voor juveniele vissen, omdat ze snel opwarmen en veel voedsel bieden, waardoor ze een belangrijke bijdrage leveren aan de productiviteit van het systeem.

Over het gebruik van deze zones door jonge vissen en specifieke habitat eisen is tot op heden weinig bekend, omdat de huidige monitoring in de delta over het algemeen plaatsvindt in de vaargeul (boomkor/stortkuil) of in structuurrijke oevers van zoet water (elektrovisserij). Ook in de door RWS beoogde monitoring van het effect van de Kier in de Haringvlietsluizen bleven de ondiepe habitats onderbelicht. Om de visgemeenschap en de functie en waarde van de verschillende ondiepe habitats voor vissen in kaart te brengen en te monitoren heeft RAVON samen met partners (Rijkswaterstaat, Provincie Zuid-Holland, Wereld Natuur Fonds, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, en Sportvisserij Nederland) het project ‘Een Zegen in de Delta’ opgezet. Hierbij wordt sinds 2018 een groot aantal ondiepe oeverzones en nevengeulen in de Zuid-Hollandse delta intensief met de broedzegen bemonsterd op juveniele vis en worden uitgebreide habitatopnames gedaan.

Het koppelen van visdichtheden, -biomassa en –diversiteit aan specifieke eigenschappen van het habitat verschaft inzicht in habitatgebruik van vissoorten en -gilden. Deze inzichten kunnen handvatten bieden voor het doelbewust en effectief inrichten en beheren van ondiepe oevernatuur. Aanvullend kunnen ook ontwikkelingen in het kader van het kierbeheer en lokale inrichtingsmaatregelen, zoals het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en het ophogen van kribvakken of zandbanken, worden gevolgd. Ook deze inzichten kunnen de basis vormen voor adviezen met betrekking tot inrichting en beheer. In 2018 is de uitgangssituatie vastgelegd voorafgaand aan het kierbeheer. De vorige rapportage richtte zich voornamelijk op een vergelijking tussen de juveniele visgemeenschap van de nulmeting in 2018 en de visgemeenschap in 2019 welke onder invloed staat van het nieuwe sluisbeheer. Dit is gedaan aan de hand van de aangetroffen dichtheden. In de onderhavige rapportage ligt de focus op een eerste analyse van de biomassa en functionele diversiteit.

De functionele diversiteit van de gebieden in de Zuid-Hollandse delta is geanalyseerd met behulp van een binnen dit project ontworpen estuarium-specifieke diversiteitsindex, waarbij het voorkomen van de verschillende ecologische gilden is meegewogen. Deze eerste analyse van de biomassa en de functionele diversiteit vormen een belangrijke basis om de komende jaren op verder te bouwen. Een belangrijke stap hierin wordt genomen in de eerstvolgende rapportage, waarin de eerste verbanden tussen habitatparameters en de visgemeenschap zullen worden gelegd. De focus van het project zal hierbij zijn om met de inzichten die hieruit voortvloeien bij te dragen aan, en de vertaalslag te maken naar effectieve inrichting van ondiepe oevernatuur.