De vuursalamander is één van de grootste salamanders van Europa en kan wel 20 cm groot worden. In Nederland is deze soort ernstig bedreigd.
De vuursalamander is één van de grootste salamanders van Europa en kan wel 20 cm groot worden. Hij heeft een gedrongen zwart lichaam met daarop een patroon van gele vlekken of strepen. Hij is met geen enkele salamander in Nederland te verwarren.
De larven zijn bruinzwart en krijgen als ze ouder worden al lichtgele vlekken. Op hun poten zitten lichte vlekken bij de aanhechting aan de romp.
De paartijd van vuursalamanders valt tussen maart en oktober met een duidelijke piek in juli en augustus. Anders dan watersalamanders vinden paringen plaats op het land. In tegenstelling tot bij watersalamanders worden geen eitjes gelegd, maar complete larven ter wereld gebracht, die bij de geboorte al 2,5 tot 3 cm groot zijn. De afzet van larven vindt vooral plaats tussen maart en juni met een duidelijke piek in april en de eerste helft van mei. In mindere mate worden ook in het najaar en in de winter larven afgezet. Afhankelijk van de watertemperatuur en het voedselaanbod blijven de larven gemiddeld 4 maanden in het water. Larven die in het najaar of winter worden afgezet overwinteren vaak in het water. Vuursalamanders zijn doorgaans geslachtsrijp vanaf 5 jaar oud.
Een heuvelachtig landschap met vochtige loofbossen, doorsneden met bronbeekjes vormt het typische leefgebied van de vuursalamander. Kalkrijke bodems, bronnen en een hoge bodemvochtigheid lijken de belangrijkste biotoopeisen te zijn. Een ander belangrijk aspect van dit schaduwrijke biotoop is de aanwezigheid van koele, vochtige schuilplaatsen. De larven worden afgezet in het heldere, zuurstofrijke water van bronbeekjes, bronputten en bronpoelen.
Vuursalamanders zijn actief bij temperaturen hoger dan 6 tot 8°C. Bij lagere temperaturen verplaatsen ze zich naar hun winterverblijf. Het voedsel van de volwassen dieren bestaat vooral uit wormen en naaktslakken. Predatoren van larven zijn stromingsminnende beekvissen zoals forel en rivierdonderpad. Volwassen vrouwtjes wegen gemiddeld 20 gram. Mannetjes blijven enkele grammen lichter. Vuursalamanders kunnen in het wild tot 20 jaar oud worden.
De verspreiding beperkt zich tot Zuid-Limburg (zie kaart). Verder zijn er meldingen van de soort uit het zuidoosten van Gelderland en het uiterste noordoosten van Overijssel.
De vuursalamanderpopulatie is sterk afgenomen. Ten opzichte van 1997 is de afname van de populatieomvang maar liefst 98%. De afname wordt veroorzaakt door de salamandervreter Bsal, een schimmelziekte. In Nederland worden jaarlijks nog maar enkele dieren gevonden tijdens de monitoring.
Binnen het landelijk Meetprogramma Amfibieën, onderdeel van het Netwerk Ecologisch Monitoring (NEM), worden gegevens verzameld om te volgen hoe het gaat met de amfibieën in Nederland. Bij monitoring worden herhaald in de tijd gegevens verzameld volgens een vaste werkwijze. In vaste telgebieden worden meerdere keren per jaar de aantallen waargenomen amfibieën per soort geteld. Op basis hiervan kunnen van vijf soorten aantalstrends bepaald worden. Daarnaast worden gegevens verzameld middels projecten en losse waarnemingen (via Telmee.nl of Waarneming.nl), wat bruikbaar is voor het verspreidingsonderzoek. Hiermee kunnen ook de trends in verspreiding worden vastgesteld. Wil je hier zelf een bijdrage aan leveren, dan kun je voor meer informatie kijken op Meetprogramma Amfibieën, Amfibieën daglijstje of Verspreidingsonderzoek Amfibieën.
Voor de vuursalamander is een hele andere aanpak van monitoren nodig dan bij de andere inheemse amfibieën. Om deze soort op een gestandaardiseerde manier te kunnen volgen, moeten de dieren in hun voortplantingsseizoen op het land worden geteld langs een vastgesteld traject.
Het traject wordt minimaal vier keer per jaar bezocht, waarvan één maal in het voorjaar, één maal in de zomer en twee maal in het najaar. Van de vuursalamander wordt het aantal aangetroffen dieren genoteerd.
Monitoring kan door:
De vuursalamander in Nederland wordt ernstig bedreigd door de schimmelziekte Batrachochytrium salamandrivorans (Bsal). Deze schimmelziekte vreet letterlijk de huid van de salamanders weg. Na blootstelling sterven de dieren snel. De schimmel verspreidt zich door Europa en inmiddels zijn er tien uitbraken in België en Duitsland bekend. Niet alleen vuursalamanders zijn vatbaar, ook watersalamanders zijn gevoelig voor de ziekte. In Limburg en Duitsland is de schimmel aangetroffen op de kleine watersalamander. In Gelderland en Duitsland is de schimmel aangetroffen bij Alpenwatersalamanders en kamsalamanders. Voor meer informatie kan de RAVON-website SOSsalamander.nl worden geraadpleegd. Op de website is ook het hygiëneprotocol na te lezen hoe men het beste veldwerk kan uitvoeren zonder zelf als vector te dienen bij de verspreiding van de schimmel.
De vuursalamander heeft in de Nederlandse Rode Lijst van 2023 de status Ernstig bedreigd. De soort is beschermd onder de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming).