Search
maandag 24 september 2018

Verspreidingsonderzoek reptielen en amfibieën

Het NEM Verspreidingsonderzoek Reptielen en Amfibieën is erop gericht om de verspreidingsgegevens van onze diersoorten zo actueel mogelijk te houden. RAVON biedt via een kaartmodule de hokken aan die het meest bijdragen aan de kennis over de verspreiding van soorten.

Hoofddoel

Hoofddoel is de verspreiding op 10x10 km-hok niveau te actualiseren over de periode 2018-2023. Dit betekent niet dat het hele 10x10 km-hok moet worden onderzocht maar dat elke waarneming van de doelsoort binnen dat 10x10 km-hok leidt tot de afronding van dat 10x10 km-hok. Via de kaartmodule kun je zien welke 10x10 km-hokken er voor de doelsoorten onderzocht moeten worden.

Via de module kun je zien waar binnen het 10x10 km-hok de historische waarnemingen zijn gedaan. Daarnaast kun je een

Meedoen

Ben je geïnteresseerd en wil je graag een steentje bijdragen aan de bescherming van onze amfibieën en reptielen, dan is dit onderzoek een uitgelezen kans! Klik op de kaartmodule en doe mee aan het verspreidingsonderzoek! Klik hier voor instructies voor in het veld. RAVON wenst je alvast veel succes én plezier met het veldbezoek!

Naar welke soorten moet worden gezocht?

Het verspreidingsonderzoek richt zich op alle in Nederland voorkomende reptielen en amfibieën. Er is voor gekozen om van een aantal belangrijke soorten gericht verspreidingsonderzoek te doen te onderzoeken hokken aan te bieden. De overige soorten liften dan automatisch mee bij de informatie die wordt verzameld.

Hieronder staan de soorten waarvan RAVON gericht 10x10 km-hokken ter onderzoek aanbiedt via de kaartmodule. De soorten waarvan de soortnaam dik gedrukt is hebben de hoogste prioriteit (Klik op de foto's van de soorten voor meer informatie over hun uiterlijk, leefwijze en verspreiding.

Reptielen

gladde slang Jelger.jpg zandhagedis2.jpg adder Jelger.jpg hazelworm Jelger.jpg

Gladde slang

Zandhagedis

Adder

Hazelworm

Amfibieën

kamsalamander Jelger2.jpg knoflookpad.jpg boomkikker.jpg rugstreeppad-Jelger2kl.jpg

Kamsalamander

Knoflookpad

Boomkikker

Rugstreeppad 

heikikker.jpg poelkikker-Jelger.jpg vinpootsalamander.jpg  

Heikikker

Poelkikker

Vinpootsalamander

 

Bovenstaande soorten hebben prioriteit in het verspreidingsonderzoek. Van de overige soorten zijn alle waarnemingen uiteraard ook belangrijk en van harte welkom!

Veldinstructies

Voor het verspreidingsonderzoek reptielen en amfibieën dienen historische vindplaatsen van de doelsoorten geupdated te worden. Het gaat dus over locaties waarvan bekend is dat de soort er in het verleden gezeten heeft. Via de kaartmodule kan bekeken worden welke 10x10 km-hokken nog onderzocht dienen te worden. Binnen deze 10x10 km-hokken staat reeds met km-hokken aangegeven waar de historische vindplaatsen lagen. Dit zijn de meest kansrijke plekken om te gaan zoeken. Wanneer je een hok claimt stuurt RAVON de historische gegevens in nog meer detail toe (exacte vindplaatsen). Het staat echter vrij om zelf binnen andere kansrijke gebieden in hetzelfde 10x10 km-hok te gaan zoeken.

De veldbezoeken dienen bij voorkeur plaats te vinden in de geschikte periode voor de betreffende soort en bij geschikte weersomstandigheden. Informatie over de beste periodes, weersomstandigheden en zoektips zijn te vinden in het boekje "het waarnemen van amfibieën en reptielen" (Download de PDF, rechts op deze pagina). 

Mocht je vragen hebben, neem dan contact op met Rolf van Leeningen r.vanleeningen@ravon.nl.

Aantal benodigde bezoeken

Voor het afronden van een 10x10 km-hok of volstaat één waarneming van de doelsoort. We zijn echter ook geïnteresseerd in nulwaarnemingen van de  doelsoorten (vet gedrukt hieronder) om zo te weten te komen of een soort verdwenen is op een locatie. Nulwaarnemingen verzamelen we op km-hokniveau. Soms ligt er in een 10x10 km-hok maar 1 historische vindplaats. Als deze dan als nulwaarneming is afgerond is daarmee ook het 10x10 km-hok afgerond. Op basis van de trefkans voor de verschillende soorten is per doelsoort een minimaal aantal bezoeken vastgesteld om met 95% zekerheid te kunnen zeggen dat de soort gezien zou worden als deze aanwezig is. In de tabel hieronder kun je per soort zien hoeveel bezoeken er nodig zijn. Prioritaire doelsoorten staan vet gedrukt, voor deze soorten zijn nulwaarnemingen van groot belang. Voor de overige soorten dient de tabel vooral als indicatie voor de inspanning. 

Amfibieën  aantal bezoeken nodig      Reptielen  aantal bezoeken nodig     
vuursalamander 3 hazelworm 4
kamsalamander  3 zandhagedis  2
vinpootsalamander  3 gladde slang  6
knoflookpad  3 ringslang  3
rugstreeppad  2 adder  3
boomkikker  2    
heikikker  2    
poelkikker  2    

Heb je een doelsoort na het benodigde aantal bezoeken niet aangetroffen dan kun je deze doorgeven als nulwaarneming. Stuur een e-mail naar r.vanleeningen@ravon.nl om dit door te geven.

Inventarisatiemethodes

Reptielen

Reptielen kunnen al vroeg in het voorjaar aangetroffen worden. Bij gunstige weersomstandigheden kunnen al in februari de eerste reptielen (adder en levendbarende hagedis) waargenomen worden. Bij onderzoek naar het voorkomen van reptielen is enige biotoop- en soortkennis vereist. De meeste reptielensoorten houden zich met name in overgangssituaties tussen verschillende biotopen (bv overgang van pijpenstrootje naar heide en ook van nat naar droog). 

Reptielen kunnen het best geïnventariseerd worden door rustig plekken met een variërende vegetatie of wisselende hoogtegradiënt af te lopen. Ook kan met op basis van geluid reptielen opsporen. Vooral hagedissen maken een ritselend geluid wanneer ze door de vegetatie vluchten. Voor enkele soorten kan ook gebruik gemaakt worden van hulpmaterialen. Soorten als de hazelworm, maar ook de gladde slang zoeken gedurende de dag vaak een beschut plekje op. Indien er in het gebied weinig plekken zijn waar de dieren kunnen schuilen, kan het uitleggen van plaatjes of enigszins bolle dakpannen een zeer positief resultaat hebben op een inventarisatieonderzoek. In de handleiding Monitoren van reptielen in Nederland staat keurig per soort beschreven welke methodes werken en in welke tijd van het jaar je de beste kans maakt de soort te vinden. Bij monitoren wordt een gebied meerdere keren per jaar gevolgd, voor het verspreidingsonderzoek waar gekeken wordt naar de aan of afwezigheid van een soort zijn de zelfde methoden bruikbaar.  (klik hier om de handleiding als PDF te downloaden).

In de veldgids "het waarnemen van amfibieën en reptielen" staan nog meer zoektips (klik hier voor meer info). 

Amfibieën

Verspreidingsonderzoek naar het voorkomen van amfibieën wordt bij voorkeur in de meest gunstige periode gepland voor de doelsoort.  Er zijn grofweg drie methoden te onderscheiden bij het inventariseren van amfibieën: 

  • luisteren naar voortplantingsroep van amfibieën 
  • Kijken naar de aanwezigheid van kikkerdril, paddensnoeren of in de bladeren gevouwen eitjes van salamanders
  • Bemonsteren van het water op de aanwezigheid van larven/adulten 

De meest geschikte periode van het jaar en methode voor onderzoek verschilt per soort. Zo planten sommige soorten zich vroeg voort (bv de heikikker) en andere soorten zich pas later in het jaar (boomkikker en rugstreeppad). In de handleiding voor het Monitoren van Amfibieën in Nederland  staat keurig per soort beschreven welke methode het meest geschikt is en welke tijd van het jaar. Bij monitoring wordt een gebied meerdere keren per jaar bezocht om zo de stand van de reptielen en amfibieën te kunnen volgen. De zelfde methode zijn uiteraard ook bruikbaar voor het verspreidingsonderzoek waarbij wordt gekeken naar de aan- of afwezigheid van een soort. Sommige soorten kunnen ook buiten de voortplantingshabitat in hun landhabitat gezocht worden. Hierover is informatie te vinden in de veldgids "Het waarnemen van amfibieën en reptielen" (hier te bestellen).

Waarom verspreidingsonderzoek

Verspreidingsonderzoek naar reptielen en amfibieën is van groot belang voor de bescherming van de Nederlandse reptielen en amfibieën. Gelukkig is er tegenwoordig een scala aan wetgeving, zowel op nationaal (de we4t Natuurberscherming) als op Europees niveau (Habitatrichtlijn) om de kwetsbare soorten te beschermen.

Om deze wetgeving te kunnen toepassen is kennis over de verspreiding van soorten echter cruciaal. Je kunt soorten alleen beschermen als je weet waar ze zitten, of hun verspreiding toe- of afneemt en wat de belangrijkste gebieden voor Nederland zijn. De gegevens worden in samenwerking met het CBS verwerkt in een rapportage naar de EU die laat zien hoe het ervoor staat met de Nederlandse soorten.

Kamsalamander habitat fotograaf onbekend

Habitatrichtlijn

De habitatrichtlijn beschermt soorten en leefgebieden (habitats). Voor deze habitatrichtlijn worden beschermde gebieden voor de beschermde soorten aangewezen, de zogenaamde habitatrichtlijn-gebieden. Kennis over de verspreiding van soorten is cruciaal bij het aanwijzen van deze gebieden. Daarnaast moet Nederland naar de Europese Unie rapporteren hoe het ervoor staat met de habitatrichtlijn-soorten, hiervoor zijn verspreidingsgegevens nodig:

  • Hoe groot is het leefgebied (areaal) van een soort
  • Gaat een soort voor of achteruit (trends/monitoring)

Nationale wetgeving

Nationale wetgeving beschermt soorten. Bij ruimtelijke ontwikkeling (bijvoorbeeld bouwenprojecten) moet verplicht rekening worden gehouden met de aanwezige planten- en diersoorten die nationale bescherming genieten (o.a. soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV aangevuld met andere belangrijke soorten).

Voor strengbeschermde soorten kan het zo zijn dat de bouw niet door kan gaan of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd en er compensatie van het verloren leefgebied moet worden gegeven. Er kan echter alleen rekening worden gehouden met soorten als ervan bekend is dat ze ergens voorkomen.

Daarvoor zijn actuele verspreidings-gegevens van groot belang.

Waarom 10x10 km hokken?

De hoofddoelstelling van het verspreidingsonderzoek is het volledig actualiseren van de verspreidingsbeelden van de doelsoorten op 10x10 km-hok niveau over de periode 2012-2017. De achterliggende gedachte is de in 2018 geplande rapportage naar de EU over de Habitatrichtlijn.Voor deze rapportage zijn actuele verspreidingsgegevens nodig, de periode die dan geldt als actueel is 2012-2017. We richten ons er daarom op om binnen die periode het verspreidingsbeeld van onze doelsoorten op 10x10 km-hok niveau volledig te  verversen/actualiseren.

Een enkele waarneming van de doelsoort is genoeg om een 10x10 km-hok af te ronden. Voor nulwaarnemingen zijn meerdere bezoeken nodig. 

Kaartmodule

Partners

Logo CBS Monitoring Logo Ministerie Economische Zaken

Over RAVON

RAVON voor de bescherming van amfibieen, reptielen en vissen

Beschermen doen we samen met vrijwilligers en donateurs

 

Kennis - informatie - onderzoek -advies

 

Contact

Telefoon: 024-7410600
Email: kantoor@ravon.nl
Contactpagina


Adres Natuurplaza
(gebouw Mercator III)
Toernooiveld 1 6525 ED
Nijmegen

Route

Back To Top