De meerkikker is de grootste van de drie groene kikkers en komt vooral voor in Noord- en West-Nederland.
De meerkikker is de grootste van de drie groene kikkers. Hij is vaak maar gedeeltelijk groen op de rug (met donkere vlekken). Hij heeft een witte, altijd zwart of grijsgevlekte buik. Hij kan tot maximaal 15 cm groot worden. En hij heeft relatief lange achterpoten. De ogen staan dicht bij elkaar bovenop de kop. Het belangrijkste kenmerk is de vorm (asymmetrisch en laag) en grootte (klein 25 a 40% van lengte teen) van de graafknobbel. Mannetjes hebben donkergrijze kwaakblazen.
Herkenning is alleen mogelijk na vangst en bestudering van de hierboven beschreven kenmerken, of wanneer de mannetjes duidelijk roepen. Het geluid klinkt als een uitbundige schaterlach vergeleken met dat van de poelkikker en bastaardkikker. Maar zelfs na vangt is het soms niet mogelijk om tot soortdeterminatie te komen. Bij twijfel, en zichtwaarnemingen, altijd “groene kikker onbepaald” (Pelophylax spec.) aanhouden. Eieren, larven en juvenielen zijn niet tot op soort te determineren en kunnen ook als “groene kikker onbepaald” worden aangemerkt.
Pas eind april, begin mei verzamelen de mannetjes van de meerkikker zich in het voortplantingswater. De paartijd duurt tot eind juni- begin juli, met een piek tussen begin mei en half juni. Hierbij wordt hoofdzakelijk ’s avonds gekwaakt, maar op warme en zonnige dagen ook overdag. Eiklompen zijn vaak groter dan die van andere groene kikkers. Ze bevatten 100 tot 1000 eieren. Omdat per vrouwtje meerdere klompen worden afgezet kan het totaal aantal eieren in een seizoen per vrouwtje oplopen tot 12000 eieren. De ontwikkeling van ei tot metamorfose duurt 2-4 maanden.
Meerkikkers wegen gemiddeld 100-150 gram. Vrouwtjes worden iets zwaarder, tot 200 gram.
Volgroeide larven zijn 50-70 mm lang. Pas aan land gekomen juvenielen zijn 15-30 mm lang en wegen 1-5 gram. In Nederland worden de meeste juvenielen gevonden van half augustus tot eind september. Vanaf het derde levensjaar nemen de meeste mannetjes en een klein deel van de vrouwtjes deel aan de voortplanting. Vrouwtjes lijken niet elk jaar eieren af te zetten.
De meerkikker is een zon- en warmteminnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. Het water is vaak vrij omvangrijk of maakt deel uit van een groter complex van wateren. De meerkikker prefereert rijk begroeide laaglandwateren met een neutrale of zwak-basische pH in een waterrijke omgeving, zoals bijvoorbeeld polders en rivierdalen. De soort is buiten de paartijd meer aan water gebonden dan de andere groene kikkers. Begin oktober beginnen de dieren aan hun winterrust. Overwintering vindt vrijwel altijd plaats in het water. Hiervoor worden vaak langzaam stromende wateren en beken opgezocht, maar ook stilstaande wateren worden gebruikt. De meeste meerkikkers worden niet ouder dan 5 of 6 jaar.
Er bestaat nauwelijks verschil in voedselkeuze tussen de drie soorten groene kikkers. Volwassen groene kikkers zijn generalisten en opportunisten en eten vrijwel alle ongewervelde dieren die niet te klein of niet te groot zijn. Allerlei insecten (vooral de larven daarvan), zoals vliegen, kevers, libellen, wespen en mieren, verder cicaden, springstaarten, spinnen, slakken vormen belangrijke prooidieren. Ook worden wel kleine gewervelde dieren zoals jonge muizen, vogels en kleinere amfibieën, gegeten. Kannibalisme komt voor. Larven leven vooral van plantaardig materiaal, detritus en dood materiaal van dierlijke oorsprong en schakelen met toenemende leeftijd over op levend dierlijk materiaal. Door hun grote lichaamsafmetingen kunnen meerkikkers ook grotere prooien verorberen. Zo is er een waarneming bekend van een meerkikker die een kuiken van zwarte stern opat.
Meerkikkers komen voornamelijk voor in het westen en noorden van Nederland. Vooral ten westen van de lijn Bergen op Zoom-Utrecht-Groningen, in de lagere delen van Nederland, is de soort te vinden.
Het verspreidingsbeeld valt grotendeels samen met laagveengebieden en zeeklei. In lage dichtheden bezet de soort ook de rivierkleigronden langs de grotere rivieren. In Zuid-Limburg rukken uitgezette meerkikkers (inclusief sterkgelijkende cryptische soorten) sterk op.
Binnen het landelijk Meetprogramma Amfibieën, onderdeel van het Netwerk Ecologisch Monitoring (NEM), worden gegevens verzameld om te volgen hoe het gaat met de amfibieën in Nederland. Bij monitoring worden herhaald in de tijd gegevens verzameld volgens een vaste werkwijze. In vaste telgebieden worden meerdere keren per jaar de aantallen waargenomen amfibieën per soort geteld. Op basis hiervan kunnen van vijf soorten aantalstrends bepaald worden. Daarnaast worden gegevens verzameld middels projecten en losse waarnemingen (via Telmee.nl of Waarneming.nl), wat bruikbaar is voor het verspreidingsonderzoek. Hiermee kunnen ook de trends in verspreiding worden vastgesteld. Wil je hier zelf een bijdrage aan leveren, dan kun je voor meer informatie kijken op Meetprogramma Amfibieën, Amfibieën daglijstje of Verspreidingsonderzoek Amfibieën.
Monitoring van groene kikkers kan door:
De meerkikker is beoordeeld als Thans niet bedreigd en daarom niet opgenomen in de Nederlandse Rode Lijst van 2023. De soort is beschermd onder de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming).