De bastaardkikker is een hybride die oorspronkelijk ontstaan is uit een kruising tussen poelkikker en meerkikker.
De bastaardkikker is een hybride die oorspronkelijk ontstaan is uit een kruising tussen poelkikker en meerkikker. De uiterlijke kenmerken van een bastaardkikker liggen tussen die van de meerkikker en de poelkikker in. De bastaardkikker is op de rug groen tot bruin van kleur (soms met donkere vlekken), veelal met een lichtgroene lengtestreep midden op de rug en een marmertekening op de buik. Hij wordt tot maximaal 12 cm groot. De achterpoten zijn relatief lang. Het belangrijkste kenmerk is de vorm (asymmetrisch) en grootte (40 à 50% van lengte teen) van de graafknobbel. Mannetjes hebben grijze kwaakblazen.
Herkenning is alleen mogelijk na vangst en bestudering van de hierboven beschreven kenmerken, of wanneer de mannetjes duidelijk roepen. Maar zelfs na vangst is het soms niet mogelijk om tot soortdeterminatie te komen. Bij twijfel, en zichtwaarnemingen, altijd “groene kikker onbepaald” (Pelophylax spec.) aanhouden. Eieren, larven en juvenielen zijn niet tot op soort te determineren en kunnen ook als “groene kikker onbepaald” worden aangemerkt.
In april en begin mei verzamelen de mannetjes van de bastaardkikker zich in het voortplantingswater. De paartijd duurt tot eind juni – begin juli, met een piek tussen half april en half juni. Hierbij wordt hoofdzakelijk ’s avonds gekwaakt, maar ook wel overdag op warme, zonnige dagen. Overdag houdt de bastaardkikker zich voornamelijk op aan de rand van het water tussen de oevervegetatie. Vanaf de eerste helft van mei kunnen de legsels worden aangetroffen, die vaak tussen planten liggen die wat verder van de kant af staan. Van half juni tot half augustus is het grootste aantal larven te vinden.
Groene kikkers verlaten hun winterverblijfplaatsen ongeveer vanaf maart, maar meestal aanmerkelijk later dan de bruine kikker en de heikikker. Ze zijn vooral overdag actief, maar in de voortplantingstijd ook ’s nachts en in de schemering. Ook buiten de paartijd leven ze vooral in de directe nabijheid van water. Ze zijn schuw en bij verstoring op land springen ze direct het water in en verbergen zich tussen waterplanten of graven zich in de waterbodem in. De larven bevinden zich bij zonnig weer in de bovenste waterlagen, liefst nabij waterplanten. Bij verstoring duiken ze snel tussen de plantenmassa. De metamorfose van larven vindt in Nederland plaats vanaf augustus tot begin oktober, met een piek tussen half augustus en half september. Na half oktober verblijven de meeste dieren in hun winterverblijfplaatsen.
Er bestaat nauwelijks verschil in voedselkeuze tussen de drie soorten groene kikkers. Volwassen groene kikkers zijn generalisten en opportunisten en eten vrijwel alle ongewervelde dieren die niet te klein of niet te groot zijn. Allerlei insecten (vooral de larven daarvan), zoals vliegen, kevers, libellen, wespen en mieren, verder cicaden, springstaarten, spinnen, slakken vormen belangrijke prooidieren. Ook worden wel kleine gewervelde dieren zoals jonge muizen, vogels en kleinere amfibieën gegeten. Kannibalisme komt voor. Larven leven vooral van plantaardig materiaal, detritus en dood materiaal van dierlijke oorsprong en schakelen met toenemende leeftijd over op levend dierlijk materiaal.
De bastaardkikker komt algemeen voor in vrijwel heel Nederland. Het is een zon- en warmteminnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. De bastaardkikker is weinig kieskeurig en komt in allerlei uiteenlopende habitats voor. De soort ontbreekt echter grotendeels op de Waddeneilanden, m.u.v. een uitgezette populatie op Texel en Vlieland. In het hoofdverspreidingsgebied van de meerkikker (Laag-Nederland) lijkt de soort niet overal aanwezig en is mogelijk sprake van zuivere meerkikkerpopulaties.
Vooralsnog is er geen trend bekend van deze soort. Binnen het landelijk Meetprogramma Amfibieën, onderdeel van het Netwerk Ecologisch Monitoring (NEM), worden gegevens verzameld om te volgen hoe het gaat met de amfibieën in Nederland. Bij monitoring worden herhaald in de tijd gegevens verzameld volgens een vaste werkwijze. In vaste telgebieden worden meerdere keren per jaar de aantallen waargenomen amfibieën per soort geteld. Op basis hiervan kunnen van vijf soorten aantalstrends bepaald worden. Daarnaast worden gegevens verzameld middels projecten en losse waarnemingen (via Telmee.nl of Waarneming.nl), wat bruikbaar is voor het verspreidingsonderzoek. Hiermee kunnen ook de trends in verspreiding worden vastgesteld. Wil je hier zelf een bijdrage aan leveren, dan kun je voor meer informatie kijken op Meetprogramma Amfibieën, Amfibieën daglijstje of Verspreidingsonderzoek Amfibieën.
Monitoring van groene kikkers kan door:
De bastaardkikker is beoordeeld als Thans niet bedreigd en daarom niet opgenomen in de Nederlandse Rode Lijst van 2023. De soort is beschermd onder de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming).
Bij de bastaardkikker is Ranavirus aangetroffen. Dit virus kan lokaal de populatie bedreigen.