Search

Over RAVON Agenda Webshop Steun ons English

donderdag 30 april 2026

Nieuws

Hagedissen op de vlucht voor grote natuurbrand op de Veluwe

Artikel

Hagedissen op de vlucht voor grote natuurbrand op de Veluwe

29-APR-2026 - Op 29 april 2026 woedt een grote natuurbrand op het militair oefenterrein in ’t Harde, op de Noord-Veluwe. Door de harde oostenwind en de aanhoudende droogte van de afgelopen periode kan het vuur zich snel verspreiden en is het lastig onder controle te krijgen. De brand vormt een gevaar voor reptielenpopulaties in het gebied.

Droogte en verhoogd natuurbrandrisico

De natuur wacht al weken op regen. In deze tijd van het jaar is de sapstroom van de heidestruiken nog niet op gang gekomen en dit vormt met de dode grassen van vorig jaar een ideale mix om snel te ontvlammen wanneer er een vonkje bij komt. Afgelopen periode zijn er al meerdere natuurbranden ontstaan. Vandaag zijn er naast ’t Harde ook al branden gemeld in de buurt van Tilburg en Oosterhout.

Reptielen extra kwetsbaar bij brand

Reptielen lopen grote risico’s wanneer een brand in hun leefgebied plaatsvindt. Waar grote zoogdieren en vogels kunnen vluchten voor de vlammen, gaat het vuur te snel voor reptielen om te ontkomen. In het verleden is na natuurbranden gezocht in reptielenleefgebieden en daarbij zijn behoorlijk veel slachtoffers gevonden. Bij een grote veenbrand in het Fochteloërveen in 2011 werden onder meer dode adders aangetroffen, bij een heidebrand in de Meinweg in 2020 dode zandhagedissen en levendbarende hagedissen, en bij twee heidebranden op de Veluwe in 2025 met name hazelwormen, maar ook adders en gladde slangen.

Hazelwormen lijken snel slachtoffer te worden van heidebranden
Hazelwormen lijken snel slachtoffer te worden van heidebranden. Ze zijn langzaam en kunnen mogelijk niet snel genoeg een diep holletje bereiken om te schuilen (Bron: Jan-Freerk Kloen)

Klimaatverandering als versterkende factor

In ’t Harde ontstond de brand tijdens een schietoefening. Of dit ook de directe oorzaak is, weten we nog niet. Wat wel duidelijk is, is dat door klimaatverandering het gemiddeld steeds warmer wordt en weersextremen, zoals hittegolven en droge periodes, toenemen in frequentie en hevigheid. Een drogere bodem leidt sneller tot brand.

Branden met de schaal en intensiteit die we gezien hebben in bijvoorbeeld Zuid-Europa en Noord-Amerika komen in Nederland nog niet voor, maar het is waarschijnlijk dat natuurbranden steeds vaker voor gaan komen, toenemen in intensiteit en moeilijker beheersbaar worden. Dit heeft niet alleen effect op natuur, maar ook op infrastructuur en bewoond gebied.

Overleving en directe gevolgen

Ondanks de slopende impact van een brand weet een deel van de reptielen een brand te overleven. Bij oppervlakkige branden maken dieren die zich verschuilen in holletjes een kans. Bij een brand op de Edese Hei werden bijvoorbeeld de dagen na de brand zandhagedissen en veldmuizen gezien die de brand hadden overleefd. Maar ook als een deel van de populatie overleeft, heeft een brand impact op de dieren in het gebied. Vegetatie, en dus beschutting, schuilplaatsen en uiteindelijk prooidieren, is verdwenen. De schutkleur van reptielen is op een zwartgeblakerde ondergrond niets meer waard en de beestjes worden een makkelijke prooi voor roofvogels, terwijl ze wanhopig op zoek zijn naar dekking en voedsel.

Groen mannetje zandhagedis op verbrande grond
Een groen mannetje zandhagedis geeft bijna licht op een kale, zwarte, verbrande vlakte en loopt groot risico op predatie door roofvogels (Bron: Jan-Freerk Kloen)

Langdurige schade aan habitat

Het habitat is na een brand voor langere tijd ongeschikt. Alle vegetatie, structuur en voor reptielen zeer belangrijke variatie in het landschap zijn in één keer teruggezet. Herstel duurt vaak jaren en tot die tijd zullen de dieren die het overleefd hebben zich terug moeten trekken naar andere delen van het gebied en het verbrande deel van daaruit herkoloniseren als het weer geschikt is.

Verbrand oppervlak zonder beschutting
Op het verbrande oppervlak kunnen hagedissen en slangen geen beschutting en voedsel meer vinden (Bron: Jan-Freerk Kloen)

Goed beheren en ontsnipperen

Goed beheer na een brand is belangrijk. Op sterk vergraste heide brandt het vaak dominante pijpenstrootje af. Dit biedt ruimte voor andere soorten, mits het gras in toom gehouden kan worden. Dit kan met begrazing of gefaseerd maaibeheer.

In de toekomst zullen we voorbereid moeten zijn op meer en hevigere branden. Zowel de brandweer als burgers en natuurbeheerders moeten daar rekening mee houden. De toenemende temperatuur en toename van droge periodes zijn op zichzelf lastig aan te pakken, maar we kunnen wel proberen meer water vast te houden in natte periodes waardoor verdroging minder kans krijgt. Voor hagedissen en de natuur in het algemeen is het van belang dat we gebieden niet te veel versnipperen. De dieren kunnen dan bij een brand geen kant op.

Gooi geen glaswerk weg

Praktische adviezen voor periodes van droogte kunnen niet vaak genoeg herhaald worden om branden te voorkomen: gebruik geen open vuur, gooi geen peuken in de natuur, laat geen (glas)afval achter en parkeer geen auto’s in droog gras.

Tekst: Jan-Freerk Kloen & Maarten Bruns RAVON
Beeld: Jan-Freerk Kloen

Printen
Categorieën: Actueel, Instagram
Tags:
Waardeer dit artikel
2.0

Over RAVON

RAVON is een onafhankelijke kennisorganisatie die samen met vrijwilligers de inheemse reptielen, amfibieën en vissen beschermt. RAVON, FLORON en Paddenstoelenonderzoek Nederland zijn organisaties van Stichting Natuur Onderzoek Nederland.

Privacy statement

Geregistreerd bij

Logo ANBI

Telprojecten

Reptielen tellen
Amfibieën tellen
Vissen tellen

Partners

Doe mee

Word vrijwilliger
Word donateur
Doe een gift
Werkgroepen

Webshop

Contact

Telefoon: 024-7410600
Email: kantoor@ravon.nl
Contactpagina


Adres Natuurplaza
(gebouw Mercator III)
Toernooiveld 1 6525 ED
Nijmegen
Route

Vacatures

Back To Top