De adder is een relatief kleine, zwaar gebouwde slang. Deze soort is de enige Nederlandse gifslang.
De adder is een relatief kleine, zwaar gebouwde slang. Volwassen dieren zijn 35-78 cm lang; gemiddeld 55-60 cm, met een duidelijke driehoekige kop, zigzagtekening en verticale pupillen.
De mannetjes zijn in het algemeen grijs of bruin, met een sterk contrasterende zwarte rugstreep en contrasterende lipschilden (bovenlip). Vrouwtjes zijn vaak lichtbruin, met een donkerbruine, minder contrasterende rugstreep.
Adders zijn eierlevendbarend: ze broeden de eieren in het lichaam uit. Addervrouwen paren om het jaar in het voorjaar vaak met meerdere addermannen (tweejaarlijkse voortplantingscyclus). De vrouwtjes broeden 4 tot 20 jongen uit in het lichaam. Het aantal bevruchte eieren hangt af van de leeftijd en afmetingen (conditie) van het vrouwtje. De meeste jongen worden geboren in augustus of september. In de draagtijd eet het vrouwtje niet, ze besteedt haar dagen met zonnebaden.
De jongen van de adder ontwikkelen zich in het moederlichaam, stuk voor stuk in een elastisch en doorschijnend eivlies. Hoe meer zon, hoe sneller de embryo’s zich ontwikkelen. De dooierzak van een adder-ei is groot en deze voeding wordt voor de geboorte gedeeltelijk door het jong verbruikt. Tijdens of onmiddellijk na de geboorte scheurt dit eivlies.
Voor de overwintering gebruikt de adder ondergrondse, vorstvrije winterverblijven (hibernacula), zoals konijnenholen of holten tussen wortels van bomen. De winterverblijven liggen meestal op zuidhellingen en zijn vaak begroeid met dichte, ondoordringbare vegetatie (zoals braam). Dit is zeer gunstig in het voorjaar, omdat de slangen op een veilige en beschutte plek kunnen opwarmen in de zon.
Mannetjes komen als eerste uit hun winterverblijven. Addervrouwen en de bijna volwassen adders volgen één tot drie weken later. Zo kunnen in maart zonnende adders met tientallen tegelijk worden aangetroffen rond de winterverblijven.
De adderman besteedt de eerste weken veel tijd aan zonnen. Dit is nodig voor de voltooiing van de sperma-rijping (spermatogenese). In deze periode eet hij niet. Is de spermatogenese voltooid, dan vervelt hij en is hij klaar voor de voortplanting. Hij gaat dan via geursporen op zoek naar vrouwtjes om mee te paren. Via een rituele adderdans tussen twee mannetjes, wordt bepaald welke man met het vrouwtje kan paren.
In de zomermaanden zijn adders erg actief en maar kort op hun favoriete zonplekjes te vinden. Een addervrouw die niet aan de voortplanting deelneemt, jaagt veel en verschalkt zo’n zes tot tien prooidieren per jaar. Een adderman gaat na het paarseizoen ook op jacht om weer reserves op te bouwen.
In het jaar dat een vrouwtje jongen krijgt, eet ze niet of nauwelijks. Ze stelt het jagen uit tot het volgende jaar, waarin ze zich niet voortplant.
Op het menu staan vooral gewervelde dieren, zoals amfibieën, muizen, spitsmuizen, jonge konijnen, kleine vogels en vogeleieren. De adder spoort al tongelend holen met jongen op. Ook gebruiken de slangen een zit-en-wachtstrategie, waarbij ze wachten tot een prooi passeert. Adders slikken kleine prooien in één keer door. Grote prooien bijten ze eerst, zodat het gif de prooi verlamt. De adder volgt het geurspoor van de prooi, werkt de verlamde prooi geheel naar binnen en kan dan enkele maanden zonder voedsel. Adders die veel eten, groeien goed en vervellen. Tijdens het vervellen trekken de slangen zich terug en zijn ze niet in voedsel geïnteresseerd.
Adders kunnen tot 10 tot 15 jaar oud worden, maar dat zijn uitzonderingen.
De adder komt voor op de hoge zandgronden van Nederland met uitzondering van de duinen. Er zijn momenteel nog twee grote min of meer aaneengesloten leefgebieden van de adder, gelegen in Friesland en Drenthe en op de Veluwe. Daarnaast is de soort nog aanwezig in Overijssel en Limburg (Meinweg). In maar liefst vier provincies (Noord-Brabant, Utrecht, Noord-Holland en Groningen) is de adder uitgestorven.
Binnen het landelijk Meetprogramma Reptielen, onderdeel van het Netwerk Ecologisch Monitoring (NEM), worden gegevens verzameld om te volgen hoe het gaat met de reptielen in Nederland. Bij monitoring worden herhaald in de tijd gegevens verzameld volgens een vaste werkwijze. Op vaste trajecten worden meerdere keren per jaar de aantallen waargenomen reptielen per soort geteld. Op basis hiervan kunnen aantalstrends bepaald worden. Daarnaast worden gegevens verzameld middels projecten en losse waarnemingen (Telmee.nl of Waarneming.nl) wat bruikbaar is voor het verspreidingsonderzoek. Hiermee kunnen ook de trends in verspreiding worden vastgesteld. Wil je hier zelf een bijdrage aan leveren dan kun je voor meer informatie kijken op Meetprogramma Reptielen of Verspreidingsonderzoek Reptielen.
De adder heeft in de Nederlandse Rode Lijst van 2023 de status Kwetsbaar. De adder is beschermd onder de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming). Ook heeft zij een beschermingsstatus in de Conventie van Bern (bijlage 3). De adder is niet opgenomen in de Europese Habitatrichtlijn.
De adder is de enige giftige slang in Nederland. Adders bijten alleen uit zelfverdediging, meestal wanneer ze worden opgepakt of per ongeluk aangeraakt.
Een beet kan pijnlijk zijn en giftige effecten geven (zwelling, misselijkheid), en in zeldzame gevallen ernstige klachten veroorzaken, vooral bij kinderen of mensen met allergieën.
Zoek altijd medische hulp als je bent gebeten.
Informatie over wat te doen bij adderbeten staat in een protocol voor medisch specialisten samengevat.
Daarnaast is de adder een beschermd dier en ook vanuit dat oogpunt is het niet wenselijk om het dier aan te raken.