Rugstreeppad

Epidalea calamita

De rugstreeppad is herkenbaar aan zijn gele rugstreep.

Herkenning

De rugstreeppad is herkenbaar aan zijn gele rugstreep. Hieraan heeft hij ook zijn naam te danken. Het is een middelgrote pad met een droge wrattige huid, geelgroene ogen met een horizontale pupil en goed zichtbare trommelvliezen. De rug is geelbruin of grijs bruin met een patroon van groenige vlekken, vaak grote rode of roodbruine wratten. De buik is licht met vaak donkere vlekjes. De rugstreeppad kan tot 10 cm groot worden. Heel soms komt het voor dat de rugstreep ontbreekt. Dan is de rugstreeppad te onderscheiden van de gewone pad dankzij de geelgroene iris (oranjebruin bij de gewone pad).

Geluid is te verwarren met roep van de nachtzwaluw en de veenmol.

Geluid

Voortplanting

Voor de voortplanting is de rugstreeppad afhankelijk van ondiepe wateren, die vrij snel opwarmen. Vaak wordt gebruik gemaakt van tijdelijke poeltjes en plassen, maar ook slootjes en vennen kunnen geschikt zijn. Een voorwaarde is wel dat het water niet zuurder is dan pH 5. Brak water wordt getolereerd. Een eisnoer kan 2.000 tot 4.000 eieren bevatten.

De ontwikkeling van ei tot juveniel voltrekt zich bij de rugstreeppad heel snel. Hoewel het voortplantingsseizoen ongeveer een maand later begint dan bij de gewone pad, vindt de metamorfose vaak tegelijkertijd plaats. Het type water, dat ze voor de voortplanting uitkiezen, droogt meestal tijdens de zomer op. Dit brengt een risico met zich mee. Het water kan natuurlijk te vroeg opdrogen, waardoor alle larven verloren gaan. Maar het heeft ook voordelen: dat water bevat heel weinig predatoren (vis, libellenlarven) en het warmt snel op in de zon, waardoor de ontwikkeling van het ei en de larve heel snel kan gaan.

Levenswijze

Zoals de meeste amfibieën is ook de rugstreeppad een uitgesproken nachtbraker. Pas tijdens het invallen van de schemering komt hij tevoorschijn om op open plekken te gaan jagen. Soms is ’s nachts te zien dat ze op zandpaden hun typische korte sprintjes trekken. De rugstreeppad begint pas laat aan de voortplanting. Zo rond half april trekt hij vanuit zijn overwinteringlocatie (soms wel een meter diep onder de grond) naar het voortplantingswater. Eenmaal in het water aangekomen laten de mannetjes, al zittende in het ondiepe water, hun luide roep weerklinken. Het ratelende geluid is tot op een kilometer afstand te horen en trekt soortgenoten uit de wijde omgeving aan.

De rugstreeppad is een zeer slechte zwemmer. Hij zoekt altijd een plek op in het water, waar hij op de bodem kan zitten, terwijl zijn kwaakblaas net boven het wateroppervlak uitkomt. Op dergelijke plaatsen worden ook de eieren afgezet. De rugstreeppad kent een zeer lang voortplantingsseizoen dat sterk afhankelijk is van de weersomstandigheden.

Het begin van het seizoen wordt meestal ingeluid door een periode met warm en vochtig weer. Tot in juli kan opeens weer een opleving in voortplantingsactiviteit plaatsvinden. Dit gebeurt vaak na een periode van overvloedige regen en warm weer. Het kan dus voorkomen dat er weer eisnoeren in het water liggen, terwijl de juvenieltjes van vroege legsels al gemetamorfoseerd zijn.

Verspreiding

De rugstreeppad kent in Nederland drie belangrijke verspreidingskernen: de duinen, het rivierengebied en delen van de polders in Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland en de Noordoostpolder. Op de hogere zandgronden komt de soort ook voor, maar in een minder dicht verspreidingspatroon dan in de genoemde verspreidingskernen.

Monitoring en trends

Binnen het landelijk Meetprogramma Amfibieën, onderdeel van het Netwerk Ecologisch Monitoring (NEM), worden gegevens verzameld om te volgen hoe het gaat met de amfibieën in Nederland. Bij monitoring worden herhaald in de tijd gegevens verzameld volgens een vaste werkwijze. In vaste telgebieden worden meerdere keren per jaar de aantallen waargenomen amfibieën per soort geteld. Op basis hiervan kunnen van vijf soorten aantalstrends bepaald worden. Daarnaast worden gegevens verzameld middels projecten en losse waarnemingen (via Telmee.nl of Waarneming.nl), wat bruikbaar is voor het verspreidingsonderzoek. Hiermee kunnen ook de trends in verspreiding worden vastgesteld. Wil je hier zelf een bijdrage aan leveren, dan kun je voor meer informatie kijken op Meetprogramma AmfibieënAmfibieën daglijstje of Verspreidingsonderzoek Amfibieën.

Monitoring kan door:

  • avondtellingen van kooractiviteit (mei):
  • zoeken van eisnoeren (mei);
  • zoeken van larven (juni-juli);
  • zoeken van pas gemetamorfoseerde dieren (juli).

Bedreiging en bescherming

De rugstreeppad is beoordeeld als Thans niet bedreigd en daarom niet opgenomen in de Nederlandse Rode Lijst van 2023. Hij is wel opgenomen in de Europese Habitatrichtlijn (bijlage 4). De soort is beschermd onder de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming). 

Publicaties

Gelijkende soorten