De Amerikaanse stierkikker is een grote uitheemse kikker, olijfgroen tot geelbruin van kleur, die in Europa als invasieve exoot geldt. Hij vormt door predatie en concurrentie een bedreiging voor inheemse amfibieën. In Nederland werd de soort officieel uitgeroeid, maar in 2025 is via eDNA weer genetisch materiaal aangetroffen.
Volwassen Amerikaanse stierkikkers bereiken een kop-romplengte van 15 tot 20 cm; soms zelfs 25 cm. De dieren zijn olijfgroen tot geelbruin, vaak met een vlekkenpatroon op de rug. Juvenielen hebben vaak een groene kop en rug. Mannetjes hebben opvallend grote trommelvliezen, die ongeveer tweemaal zo groot zijn als de ogen. Het trommelvlies van vrouwtjes blijft kleiner. In tegenstelling tot alle inheemse kikkersoorten hebben Amerikaanse stierkikkers geen ruglijsten op de overgang van rug naar flanken. De gelijkende inheemse groene kikkers hebben meestal een groene rugstreep. Amerikaanse stierkikkers hebben die nooit.
De kikkervissen lijken op die van groene kikkers, maar hebben donkere kleine stipjes (alsof ze gezet zijn met een fijn stiftje) over de rug, flanken en staart. Ze kunnen uitgroeien tot meer dan 15 cm. Maar let op: ook larven van groene kikkers en de knoflookpad kunnen ongeveer net zo groot worden. De hiervoor beschreven ‘stipjestekening’ onderscheidt dan echter altijd de Amerikaanse stierkikkerlarven van de grote larven van inheemse soorten.
Het legsel ziet eruit als een doorzichtige ‘pannenkoek’ van één eilaag dik en tot meer dan twee meter in doorsnede. Het is dus heel anders gevormd dan de legsels van de inheemse kikker- en paddensoorten. Wanneer het net gelegd is, drijft het legsel op het wateroppervlak, maar binnen een dag zinkt het naar de bodem, of blijft op waterplanten liggen. Ondanks de grote afmetingen zijn legsels lastig te vinden. Soms valt het legsel uit elkaar onder invloed van stroming of de wind.
Verwisseling is vooral mogelijk met de inheemse groene kikkers. RAVON heeft een herkenningskaart gemaakt om de Amerikaanse stierkikker goed te kunnen determineren. Ook de geluiden van deze soort zijn duidelijk herkenbaar. Mannetjes roepen de hele zomer door met een piek in mei, juni en juli. De roep klinkt als het loeien van een koe. De belangrijkste geluiden (roepend mannetje en vluchtroepje (‘iep’) van jonge dieren) staan op deze pagina. Het zeer karakteristieke vluchtroepje is vaak langs wateren met deze soort te horen, als de kikkers vanaf de kant het water in springen. Inheemse groene kikkers kunnen een vergelijkbare alarmkreet slaken, maar doen dat uiterst zelden. Voor nog meer geluidsopnames verwijzen we naar deze website.
Vrouwtjes leggen één legsel per jaar, dat uit 10.000 – 25.000 eitjes kan bestaan. Larven komen na één tot twee weken uit en metamorfoseren pas na één of twee winters, waardoor periodiek droogvallende wateren ongeschikt zijn als voortplantingslocatie. Daarna duurt het nog twee tot vier jaar tot ze geslachtsrijp zijn.
Amerikaanse stierkikkers zijn vrijwel het hele jaar in of nabij water te vinden. Het zijn habitatgeneralisten. Voortplanting vindt vooral plaats in diepere, voedselrijke, stilstaande wateren, waarin vaak ook vissen voorkomen. Veel zoninval en dus weinig bomen op de oever, is gunstig voor de soort, evenals een flinke bedekking met planten als riet en pitrus langs de oevers. Ook in voedselarme, heldere wateren worden ze echter aangetroffen. Bekende voortplantingswateren zijn onder andere grindgaten, visvijvers, poelen en tuinvijvers. Allerlei typen kleinere en periodiek droogvallende wateren worden gebruikt om te foerageren, te verblijven en als stapsteen bij het doorkruisen van een gebied.
Amerikaanse stierkikkers overwinteren meestal onder water, maar ook wel op het land. De overwintering duurt van oktober tot april. Deze kikkers zijn zeer schuw en daardoor moeilijk te benaderen of te vangen. Het voedsel bestaat vooral uit insecten en andere ongewervelden. Ze grijpen ook grotere prooien, zoals vogels, kleine zoogdieren en kikkers.
De Amerikaanse stierkikker komt van nature voor in de oostelijke helft van de VS, Zuidoost-Canada en Noordoost-Mexico. Ontsnapte en losgelaten exemplaren handhaven zich verspreid over de wereld. Deze kikkersoort is in Europa ingevoerd voor consumptie en als vijver- en huisdier en heeft zich onder andere in België, Frankrijk en Italië in het wild kunnen vestigen.
In september 2010 werd voor het eerst in twintig jaar weer voortplanting van stierkikkers in Nederland waargenomen in het Limburgse Baarlo. Voortplanting vond in twee particuliere vijvers plaats en verspreid door het dorp zijn kleinere aantallen dieren gevonden. Begin 2011 werd met bestrijding gestart en die is goed verlopen. De laatste waarneming in Baarlo dateert uit 2014 en vanaf 2018 geldt de soort als succesvol bestreden in Nederland.
In Vlaanderen zijn diverse populaties aanwezig. De Vlaamse populatie ter hoogte van Breda is succesvol bestreden, maar ter hoogte van Reusel en Bergeijk is dat nog niet gelukt. In Reusel vindt bestrijding plaats. Van de Vlaamse situatie nabij Bergeijk was nauwelijks actuele kennis voorhanden, maar dat veranderde in 2022. RAVON ontving waardevolle informatie, die direct werd doorgespeeld aan het INBO. Hun eDNA-bemonsteringen in 2023 en 2024 brachten aan het licht dat zich in het gebied van Hageven en Dommeldal, tot vlakbij de Nederlandse grens dieren ophouden. Een voortplantingslocatie konden zij niet vaststellen; het lijkt vooralsnog om lage aantallen rondzwervende dieren te gaan. In 2025 stelde RAVON, ook met eDNA, de aanwezigheid vast in het Nederlandse Natura 2000-gebied De Plateaux. Ook hier werd een gering eDNA-signaal vastgesteld, duidend op het ontbreken van voortplanting in het betreffende water. Vanaf 2026 zal vervolgonderzoek en bestrijding plaatsvinden.
De Amerikaanse stierkikker wordt door de IUCN als een van de ergste invasieve exoten wereldwijd gezien. De soort staat vanwege de grote risico’s die deze met zich meebrengt, op de EU Unielijst van invasieve exoten (EU-exotenverordening 1143/2014). Zaken als bezit, handel, kweek, import, transport en uitzetten zijn daardoor in Europa strikt verboden. Wanneer de soort zich in Nederland permanent vestigt, kan dit een serieuze bedreiging vormen voor inheemse soorten.
Naast een directe bedreiging door predatie, is de stierkikker een concurrent om voedsel en habitat. Ook kan hij ziekten bij zich dragen, waarvan hij zelf geen last ondervindt, maar die voor veel inheemse amfibieënsoorten een bedreiging vormen. De soort blijkt zich in Vlaanderen snel te verspreiden, waarbij bijvoorbeeld in relatief korte tijd honderden vijvers in een rivierdal zijn gekoloniseerd. De soort is in Nederland een exoot en niet beschermd.
Om in de gaten te houden of de stierkikker vanuit Vlaanderen Noord-Brabant binnen komt, heeft RAVON rond 2009 binnen het Nederlands-Vlaams exotenproject INVEXO (mede gefinancierd door het Europees programma Interreg IVA voor de grensregio Vlaanderen-Nederland) een waarschuwingssysteem opgezet. Vrijwilligers, terreinbeheerders en muskusrattenbestrijders zijn opgeleid om de soort te kunnen vinden en herkennen en zij houden risicogebieden extra in de gaten. Daarnaast voert RAVON jaarlijks eDNA-bemonsteringen uit. Dit ‘Early Warning System’ is na afloop van INVEXO voortgezet en valt nu onder het NEM exoten.

In Noord-Brabant is extra waakzaamheid geboden in drie gebieden die direct grenzen aan de Vlaamse populaties van de Amerikaanse stierkikker: ten zuiden van Breda, ten zuidwesten van Reusel en ten zuidoosten van Bergeijk. Ook Baarlo en omgeving worden nauwlettend gevolgd. Dankzij de verzamelde informatie kunnen we in een vroeg stadium ingrijpen en tijdig maatregelen nemen wanneer dat noodzakelijk blijkt. Wil je helpen bij het snel signaleren van de Amerikaanse stierkikker? Neem dan contact op met Jeroen van Delft (contactgegevens onderaan deze pagina).
Het is erg belangrijk dat (mogelijke) waarnemingen van deze invasieve exoot worden gemeld. Dat kan via een e-mail naar kantoor@ravon.nl, of via Waarneming.nl of Telmee.nl. Voeg, als het kan, een foto, filmpje of geluidsopname toe. Je krijgt altijd een reactie van ons op je melding. Alvast hartelijk dank voor je medewerking!
No results found.