Beschrijving:
Sinds het verbod op de import van roodwangschildpadden (Trachemys scripta elegans) in 1997 is de handel overgaan op diverse andere soorten en/of ondersoorten.
Hiervan zijn de geelwangschildpad (Trachemys scripta troostii), geelbuikschildpad (Trachemys scripta scripta) en zaagrugschildpad (Graptemys pseudogeographica) de meest aangeboeden soorten.
Sinds die tijd duiken deze soorten steeds vaker op in het wild. Ze worden uitgezet door eigenaren, die niet langer voor hun schilpad willen zorgen. Ze komen in allerlei soorten binnenwateren voor maar worden het meest aangetroffen in stedelijk gebied. Dit heeft te maken met het feit dat daar ook de meeste schildpadden als huisdier worden gehouden.
De jonge dieren van alle drie de soorten eten vooral insecten, die in en rond het water zitten. Volwassen dieren gaan steeds meer over op een dieet van planten en vis.
Herkenning:
De geelwangschildpad en geelbuikschildpad lijken sterk op de roodwangschildpad. Het verschil is het ontbreken van een rode koptekening. Het verschil tussen de geelwangschildpad en de geelbuikschildpad zit in het patroon van de gele strepen op de kop.
Bij de geelbuikschildpad worden de horizontale gele lijnen achter het oog met elkaar verbonden door een vertikale (s-vormige) dwarsband. Deze dwarsband is bij de geelwangschildpad afwezig. Ook worden er veel kruisingen tussen geelwangschildpadden en geelbuikschildpadden in
de handel aangeboden. Determinatie blijft dus lastig.
De zaagrugsschildpad heeft ook een contrastrijke tekening met gele lengte en dwarsstrepen op de kop. De soort heeft een opvallend witte iris en een puntige neus. Jonge dieren hebben zaagachtige uitstekels midden over de rug lopen. Deze worden geleidelijk vlakker naarmate de dieren ouder worden.
Succesvolle voortplanting van exotische schildpadden is in Nederland nog niet vastgesteld.