Doel
Bepalen van de aanwezigheid van de schimmel Batrachochytrium dendrobatidis, de veroorzaker van de huidziekte chytridiomycose bij amfibieën, bij vrijlevende amfibieën in Nederland en in België.
Methode
Zowel vrijwilligers als professionele krachten hebben gegevens verzameld van vrijlevende dieren. Dit gebeurt volgens een vast protocol. Met een steriel wattenstaafje wordt drie tot vijf keer over de onderbuik en de poten van amfibieën gestreken. Op deze manier krijg je DNA van de schimmel.
In het veld werden maatregelen genomen om te voorkomen dat nog onbesmette locaties besmet zouden raken. Door middel van een TaqMan PCR analyse werden de verzamelde monsters getest op aanwezigheid van de schimmel.
In totaal werden 2.771 monsters verzameld in de periode van augustus – oktober 2008 (Amerikaanse brulkikker in België) en in de periode van maart – september 2009 (alle soorten in Nederland en in België). In alle provincies van Nederland werden monsters genomen en alle inheemse soorten, behalve de meerkikker, werden bemonsterd.
Resultaten
In alle provincies, behalve in Groningen, Zuid-Holland en Zeeland, zijn besmette dieren gevonden. Vier procent van alle amfibieën in het onderzoeksgebied zijn geïnfecteerd met B. dendrobatidis (3,7% in Nederland; 5,4% in België). Geen van de besmette dieren vertoonde klinische verschijnselen. Voor het eerst is aangetoond dat ook in Nederland en in België de schimmel B. dendrobatidis voorkomt.
Aanbevelingen
De daadwerkelijke impact van de wijdverspreide besmettingen met de schimmel op inheemse amfibie populaties blijft vooralsnog onduidelijk. Toekomstig onderzoek zal dit moeten uitwijzen.
Verder onderzoek omvat onder andere de fylogenetische analyse van de aangetroffen B. dendrobatidis stam, die in deze regio is aangetroffen. Dit gebeurt volgens de recent beschreven methode in Goka et al (2009). Het onderzoek zal inzicht geven in de diversiteit en mate van gerelateerdheid van de verschillende stammen. Ook zal het proces van binnenkomst in Nederland en België duidelijker worden.En onderzoek aan museum exemplaren zal hier inzicht in kunnen geven.
Invloed van de schimmel op de inheemse soorten moet worden onderzocht door 1) het bepalen van de gevoeligheid van onze soorten voor klinische chytridiomycose door middel van ex situ experimenten, door 2) het bestuderen van de invloed van omgevingsstress op de gastheer voor infectie met B. dendrobatidis, en door 3) de invloed van B. dendrobatidis infecties op inheemse soorten op populatieniveau in situ bestuderen en tenslotte door 4) het intensieve monitoren van een selectie van soorten, die een hoge mate van risico lopen daadwerkelijk aan chytridiomycose te bezwijken zoals de vroedmeesterpad.
