De driedoornige stekelbaars is een algemene soort met zowel migrerende (tussen zoet en zout water) als niet-migrerende populaties.
De driedoornige stekelbaars (Gasterosteus aculeatus) behoort tot de familie van de stekelbaarzen (Gasterosteidae). Het is een kleine vis met een zijdelings afgeplat lichaam met zilveren flanken met zwarte strepen of vlekken. Op de rug bevinden zich drie harde stekels, al kunnen dit er soms twee of vier zijn. In de paaitijd krijgen mannetjes een felrode onderzijde en een blauwachtige rug en iris. Stekelbaarzen hebben geen schubben, maar beenplaten. Hoe zouter het water waarin ze leven, hoe meer van deze platen op de flanken aanwezig zijn. Ook worden ze groter in zout water, tot circa 11 centrimeter lang, terwijl ze in zoet water meestal niet langer worden dan ongeveer 8 centimeter. Het onderscheid met de tiendoornige stekelbaars kan worden gemaakt doordat deze soort acht tot twaalf rugstekels heeft en slanker van vorm is.
De voortplanting vindt plaats in de periode van maart tot juni. De in zee levende driedoornige stekelbaarzen trekken hiervoor tussen februari en mei naar zoetwater. Het mannetje bouwt met een lijmachtige afscheiding een buisvormig nestje van planten of zand en lokt het vrouwtje hierheen door middel van baltsgedrag. Na het bevruchten van de eieren bewaakt hij het nest. Larven die te vroeg uit het nest komen worden door het mannetje in de bek genomen en teruggeplaatst. Bij anadrome populaties trekken de juvenielen tussen juli en september naar zee.
De driedoornige stekelbaars is een generalistische soort. Ze komen in zoetwater in zowel stilstaande als stromende wateren voor met een voorkeur voor heldere, kleinere begroeide wateren zoals sloten en beken. In grotere wateren zoals rivieren en meren leven ze in de oeverzone. Ze jagen op zicht op zooplankton en macrofauna. Afhankelijk van de leefwijze worden drie vormen onderscheiden. De Leiurus-vorm leeft permanent in zoet water. De trekkende Semiarmatus-vorm groeit op in zee en plant zich voort in zoet water. De Trachurus-vorm leeft permanent in zee of estuaria.
Driedoornige stekelbaars komt in een groot deel van Europa voor. In Noord- en Zuid-Europa alleen langs de kust en in Midden Europa ook in het zoete water van rivieren, meren, kanalen en sloten. In Nederland komt deze soort in vrijwel elk watertype voor. In delen van Drenthe ontbreekt de driedoornige stekelbaars. Dit komt waarschijnlijk doordat de soort na de laatste ijstijd zijn areaal heeft uitgebreid vanaf zee maar door de ligging van de Hondsrug en omringend hoogveen niet verder landinwaarts kon trekken.
Binnen het landelijk Verspreidingsonderzoek Zoetwatervissen, onderdeel van het Netwerk Ecologisch Monitoring (NEM), worden gegevens verzameld om te volgen hoe het gaat met de zoetwatervissen in Nederland. Voor een aantal soorten wordt gericht gezocht door vrijwilligers in door RAVON geselecteerde kilometerhokken. Daarnaast worden gegevens gebruikt die verzameld zijn middels andere monitoringsprogramma’s (o.a. KaderRichtlijn Water), projecten en losse waarnemingen (Telmee.nl of Waarneming.nl). Op basis hiervan kunnen verspreidingstrends bepaald worden. Wil je hier zelf een bijdrage aan leveren, dan kun je voor meer informatie kijken op Verspreidingsonderzoek Zoetwatervissen.
Zie ook
De driedoornige stekelbaars is gevoelig voor eutrofiering waardoor, het zicht afneemt en waterplanten verdwijnen. De trekkende vorm is kwetsbaar voor aanwezigheid van barrières in riviermondingen en zijwateren, die de migratie verhinderen. Hierdoor is deze vorm sterk afgenomen, doordat de Afsluitdijk en de Deltawerken barrières vormen voor de intrek vanuit zee. De laatste jaren worden steeds vaker migratievoorzieningen, zoals hevelvispassages, aangelegd om de intrek van driedoornige stekelbaars te bevorderen. Droogte, met droogval tot gevolg, is een bedreiging in kleinere wateren. De soort is opgenomen in de Visserijwet, zonder minimummaat of gesloten tijd.