De diklipharder is een mariene soort die in de zomer de benedenrivieren en andere met de zee verbonden wateren opzwemt.
De diklipharder (Chelon labrosus) behoort tot de familie van de harders (Muglidae). De soort heeft een torpedovormige lichaam met zilveren flanken en een brede afgeplatte kop. Er zijn twee gescheiden rugvinnen waarvan de voorste rugvin bestaat uit vier stekelig aanvoelende harde vinstralen. Diklipharders kunnen ongeveer 80 centimeter lang worden. Het onderscheid met dunlipharder kan gemaakt worden op basis van de dikte van de bovenlip. Diklipharder heeft een bovenlip die groter is dan de halve oogdiameter met daarop twee of drie rijen hoornige papillen. Bij dunlipharder is de bovenlip dunner dan de halve diameter van het oog.
Diklipharders paaien van januari tot april in zee. Over de paaigronden van de diklipharders die langs de Nederlandse kust voorkomen, is weinig bekend. De eitjes worden in het water afgezet; ze zijn rond, glad, transparant en kleven niet. De in het water zwevende eitjes en larven worden met getijden- en kuststromingen meegevoerd en groeien op in estuaria en kustzones.
De diklipharder is een generalist. Ze leven in kustgebieden, estuaria en de benedenlopen van rivieren. Ze zwemmen vaak in scholen in de bovenste waterlagen. Diklipharders voeden zich met algen, dood organisch materiaal en klein dierlijk voedsel. Ze schrapen dit met hun stevige lippen van zandbodems, kademuren en rotsen waarbij ze een duidelijk graasspoor achter kunnen laten.
De diklipharder leeft in kustgebieden van vrijwel heel Europa, met uitzondering van Noord-Scandinavië en de noordelijke helft van IJsland. De soort wordt vooral ’s zomers waargenomen langs de kust, in de benedenrivieren en andere met de zee verbonden wateren, zoals het Noordzeekanaal. Aan het eind van de zomer trekken ze naar het zuiden om in dieper en warmer water te overwinteren.
Binnen het landelijk Verspreidingsonderzoek Zoetwatervissen, onderdeel van het Netwerk Ecologisch Monitoring (NEM), worden gegevens verzameld om te volgen hoe het gaat met de zoetwatervissen in Nederland. Voor een aantal soorten wordt gericht gezocht door vrijwilligers in door RAVON geselecteerde kilometerhokken. Daarnaast worden gegevens gebruikt die verzameld zijn middels andere monitoringsprogramma’s (o.a. KaderRichtlijn Water), projecten en losse waarnemingen (Telmee.nl of Waarneming.nl). Op basis hiervan kunnen verspreidingstrends bepaald worden. Wil je hier zelf een bijdrage aan leveren, dan kun je voor meer informatie kijken op Verspreidingsonderzoek Zoetwatervissen.
Zie ook
Diklipharder is een zeldzame soort in het Nederlandse zoete water. Door de aanleg van de Afsluitdijk en de Deltawerken zijn in de 20e eeuw op veel plaatsen natuurlijke zoet-zout-overgangen verdwenen en vervangen door abrupte overgangen. Hierdoor is het areaal aan estuaria en daarmee leef- en opgroeigebied geslonken. De soort kan profiteren van het herstel van natuurlijke zoet-zout-overgangen. Diklipharder is opgenomen in de Visserijwet zonder minimummaat of gesloten tijd.