Samen met partners onderzocht RAVON voor de Provincie Noord-Brabant wat het effect van begrazing is op de levendbarende hagedis.
Heidelandschappen herbergen een belangrijk deel van de biodiversiteit in Nederland en vormen in ons land het belangrijkste leefgebied voor reptielen. Om heidegebieden open en soortenrijk te houden, wordt in het terreinbeheer vaak begrazing ingezet. Tegelijkertijd worden vooral voor fauna regelmatig negatieve effecten van intensieve begrazing gemeld, ook bij reptielen.
Voor de levendbarende hagedis zijn bestaande populatietrends uit het NEM geanalyseerd. Daaruit blijkt dat de populatieontwikkeling in begraasde gebieden negatiever is dan in onbegraasde terreinen. Voor de gladde slang is alleen een kwalitatieve analyse uitgevoerd, maar ook uit de literatuur blijkt dat deze soort duidelijk negatief kan reageren op begrazing.
In het veldonderzoek zijn op de Strabrechtse Heide en omgeving zestien locaties onderzocht, zowel op natte als droge heide. De locaties varieerden van onbegraasd tot zeer intensief begraasd. Op deze plekken is gekeken naar het aantal aanwezige levendbarende hagedissen.
De negatieve respons op begrazing die uit de analyse van bestaande monitoringsgegevens naar voren kwam, werd in de proefvlakken bevestigd. Ook in het veldonderzoek werden minder levendbarende hagedissen aangetroffen op intensiever begraasde locaties.
Het rapport sluit af met een synthese waarin de onderzoeksresultaten worden vertaald naar de praktijk van terreinbeheer. Daarnaast worden enkele kennisvragen benoemd die nog nadere aandacht vragen.