Genetisch onderzoek is meestal ondersteunend in diverse inrichtings- en beschermingsprojecten. Dankzij genetisch onderzoek kan de genetische diversiteit in kaart worden gebracht. Hierdoor wordt duidelijk of een populatie genetisch gezien ‘fit’ is en bijvoorbeeld of deelpopulaties te klein zijn en er verbindingen met omliggende populaties noodzakelijk zijn.
Vanaf 2010 is er een onderzoek gestart naar de migratiepatronen van de ringslang. Omdat genetica hier het ideale middel voor is zijn Hans Breeuwer (Universiteit van Amsterdam-IBED) en Ingo Janssen (RAVON) om de tafel gaan zitten. Drie jaar later is het migratie-onderzoek bijna voltooid, met zeer interessante resultaten. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat er een aantal grote metapopulaties naar voren komen, evenals de barrières tussen deze populaties.
Inteelt speelt bij een aantal populaties ook een rol. Met deze resultaten kunnen er direct beheersmaatregelen genomen worden en dit komt de soort dus ook direct ten goede.