In de mooiste vijvers zit in en rondom allerlei leven. Met het aanleggen van een tuinvijver of het aanpassen van een bestaande vijver kun je het amfibieën naar hun zin maken. Naast kikkers, padden en salamanders profiteren hier ook tal van andere kleine dieren van, zoals sierlijke waterjuffers, libellen en mooie waterkevers. Op deze pagina lees je allerhande tuintips met betrekking tot aanleg, ligging en beplanting van vijvers. Ook vind je hier enkele aanwijzingen voor een amfibievriendelijke inrichting van uw tuin. Klik hier voor tips voor het najaar.
Een tuinvijver, met inheemse waterplanten, zonder vissen: goed voor amfibieën en heel veel meer leven in je tuin. Samen met IVN en Cruydt Hoeck hebben we de Tuiny Poel ontwikkeld: een waterpoel op tuinformaat. Nu te koop in de webwinkel van IVN.
Belangrijkste aandachtspunten:
Deze punten worden hieronder uitgewerkt. Tip: Komen er vaak kleine kinderen in uw tuin, maak dan een hekje om de vijver (hoogte 50 cm) met kleine doorgangen in het hekwerk voor de amfibieën.
Bij de aanleg van een nieuwe vijver is het belangrijk dat je rekening houdt met twee factoren: ligging ten opzichte van de zon en de aanwezigheid van bomen.
Je kunt het beste een zonnige plek uitkiezen. De vijver moet minstens de helft van de dag zon krijgen, bij voorkeur in de middaguren. Alleen dan warmt het water voldoende op om amfibieën, die immers koudbloedig zijn, te laten overleven en voortplanten.
Het tweede aandachtspunt is dat er geen bomen direct omheen mogen staan. Hierdoor komt er namelijk teveel bladafval in het water terecht. Deze bladeren gaan dan rotten. Daardoor wordt het water zuurstofarm en te voedselrijk.

Voor amfibieën is het noodzakelijk dat de vijver glooiende oevers heeft. Hierdoor kunnen ze gemakkelijk het water in en uit. Bij de aanleg van een folievijver is zo’n oever eenvoudig te realiseren.
Heb je een voorgevormde of andersoortige vijver met steile oevers? Dan kun je het probleem oplossen door plaatsen te creëren, waar amfibieën eruit kunnen. Dit kan met behulp van een kikkertrap, stenen of door planten over de rand te laten groeien.
De meest ideale oever voor amfibieën is een moerasje. Behalve een geschikte plek om het water te verlaten, kunnen ze hier ook voedsel zoeken en zich verschuilen. Het mooiste wordt het wanneer je een geleidelijk dieper wordende oever gebruikt om een moerasje aan te leggen. Je krijgt dan een gradiënt van oeverplanten naar waterplanten. Hierin kunnen de verschillende soorten amfibieën ieder hun eigen plekje vinden.
Amfibieën moeten de vijver gemakkelijk kunnen verlaten. Een glooiende oever, een boomstronk, ruwe stenen e.d. zorgen dat dit kan. Lukt dat niet, maak dan een kikkertrap (zie de afbeelding hiernaast).

Niet alleen tijdens de paddentrek, maar ook gedurende de rest van het jaar vallen kikkers, padden en salamanders in kolken, koekoeks en vijvers. Vaak kunnen ze daar niet op eigen kracht uitkomen. Het gaat om honderdduizenden volwassen amfibieën per jaar en een veelvoud aan jonge amfibieën. Middels de amfibietrap kunnen amfibieën er veilig uitklimmen. Kijk op paduitdeput.nl voor meer informatie over het probleem en de oplossingen.
Een vijver voor amfibieën kun je het beste behoorlijk diep maken. Op het diepste punt toch zeker wel 80 tot 120 cm. Dit voorkomt dat de vijver in de winter volledig dicht vriest.
Een paar soorten amfibieën, zoals de bruine en de groene kikker, overwintert namelijk wel eens in het water in plaats van op het land. Ook amfibielarven, die aan het einde van de zomer nog te klein zijn voor de metamorfose, overwinteren in de vijver. Ze komen dan pas volgend jaar het land op.
Het beste kun je de bodem van de vijver vullen met een laagje zand. Laat je niet verleiden hiervoor de speciale vijveraarde te kopen, die wordt aangeboden in tuincentra. In deze vijveraarde zitten veel te veel voedingstoffen. Hierdoor is de kans groot dat er grote algenbloei in de vijver optreedt en het water troebel wordt. Op enkel zand groeien alle planten ook prima en blijft de vijver voedselarm en daardoor helderder!
Toch moet de vijver ook ondiepe plekken hebben. Hier warmt het water sneller op en daar profiteren amfibieën van. Ze kunnen dan eerder actief worden. Verder paren kikkers en padden het liefste in ondiep water en zetten ze er hun eieren af. Alle reden dus om ook voor een ondiep gedeelte in uw vijver te zorgen (zie illustratie).
Waterplanten zijn nuttig. Vooral zuurstofplanten (dat zijn ondergedoken waterplanten) zijn belangrijk, omdat zij voor een groot deel het biologisch evenwicht en de waterkwaliteit bepalen. Ze zorgen voor zuurstof, bieden schuilgelegenheid en vormen een ideale plek voor salamanders (en libellen) om eitjes af te zetten.
Het is aan te raden inheemse planten te kiezen voor in en om uw vijver. Op die manier ontstaat een natuurlijk biotoop.
| Moerasplanten
grote waterweegbree (Alisma plantago-aquatica) Planten met drijvende bladeren kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae) Ondergedoken waterplanten sterrenkroos (Callitriche sp.) |
|
|

Vissen en amfibieën gaan niet samen in de vijver. Vissen eten de eieren, larven en soms zelfs volwassen amfibieën op. Daarnaast woelen veel soorten in de bodem. Hierdoor wordt het water troebel.
In tuincentra worden vaak zonnebaarzen aangeboden ter bestrijding van onder andere muggenlarven. Koop ze niet! Zonnebaarzen zijn enorme rovers. Ze zullen desastreuze effecten hebben op de kikkers, padden en salamanders in je vijver. Ook siervissen als bijvoorbeeld goudvissen en goudwindes eten de eieren en larven van amfibieën. Ze zijn dus ongewenst.
Kortom: geen vissen in de vijver is het beste voor het overige vijverleven.
Amfibieën voelen zich het meeste thuis in een enigszins rommelige tuin met veel vaste planten en struiken. Ze leven namelijk buiten de voortplantingstijd op het land en zoeken dan hun voedsel tussen de begroeiing. Rommelhoekjes kunnen goed als schuilplaats en als overwinteringsplek dienen. De meeste amfibieën overwinteren op het land. Daarvoor hebben ze een beschut en vorstvrij plekje nodig.

Wanneer je geen geschikte overwinteringsplek in de tuin hebt, kun je deze maken. Dit kan door een houtstapel, een takkenhoop of een stapel stenen neer te leggen. Ook een composthoop is erg geschikt om in te overwinteren.
In het voorjaar trekken veel amfibieën naar de plek, waar ze geboren zijn om zich voort te planten. Ook zoeken ze vaak nieuwe wateren op om te koloniseren. Schuttingen en muurtjes kunnen een ernstige belemmering vormen voor hun verspreiding. Als je amfibieën in je tuinvijver wilt, moet je er daarom op letten dat er mogelijkheden zijn voor amfibieën om de tuin in en uit te komen. Gaten en kieren van enkele centimeters zijn vaak al voldoende.
De vijver mag in de winter niet helemaal dichtvriezen omdat er ook amfibieën op de bodem kunnen overwinteren. Er zijn verschillende manieren om dit te voorkomen. De beste methode is misschien wel wachten tot de vijver dicht is gevroren en dan met een handboor een gat van 3 cm doorsnede boren. Een andere optie is een pannetje met kokend water op het ijs zetten (een paar keer bijvullen), deze zakt er dan langzaam doorheen. Vervolgens haal je met een pomp het bovenste laagje water (5 cm) onder het ijs vandaan. In het gat stop je vervolgens een bos stroo. Zo bevriest het water niet opnieuw omdat het niet meer in contact is met het ijs en blijft er luchtuitwisseling mogelijk!
Een andere methode is een bos afgesneden riet of bamboe rechtop in het water zetten. In de stengels zit namelijk lucht.
Het water blijft in contact met de lucht. Hierdoor blijft het zuurstofgehalte op peil. Zo voorkom je dat eventueel in het water overwinterende amfibieën stikken. Heb je een luchtpomp? Dan kun je die aan laten staan, zolang de oppervlakte nog niet dichtgevroren is. Is de vijver bevroren? Dan moet de pomp uit.
Het spreekt eigenlijk voor zich: gebruik geen gif in de tuin. Het gif dat je gebruikt, kan met het regenwater in de vijver spoelen. Ook kan het gif worden opgenomen door de prooidieren van de amfibieën (slakjes, insecten, spinnen etc.) en zo de amfibieën doden.
Welke amfibieën je uiteindelijk in de vijver krijgt, hangt voor een gedeelte af van waar je woont. Sommige soorten komen namelijk maar in een gedeelte van Nederland voor. Zorg ervoor dat je tuin bereikbaar is voor amfibieën. Een kier onder de schutting of een klein poortje in een muur is vaak al genoeg. Maar hoe opener de tuin hoe makkelijker amfibieën de vijver zullen vinden.
De meest algemene tuinbewoner is de gewone pad. Hij leeft erg verborgen. En je zult hem dan ook niet vaak zien. Andere veel voorkomende tuinbewoners zijn de kleine watersalamander en de bruine en groene kikker. De alpenwatersalamander en de kamsalamander worden ook wel eens in vijvers gevonden. Tot slot kun je, als je heel veel geluk hebt, de ringslang bij je vijver aantreffen. Dit is overigens geen amfibie, maar een reptiel. Deze slang is niet giftig en ongevaarlijk. Je kunt de ringslang alleen op bezoek verwachten als je een natuurlijke tuin hebt in de omgeving, waar ze voorkomen.
In 2015 zijn we gestart met tuintellingen, ook leuk voor jou om aan mee te doen? Geef padden, kikkers en salamanders in je tuin door! Meer info: tuintelling.nl