“Een poel is een stilstaand oppervlaktewater in een meestal afgesloten laagte, dat wordt gevoed door regen, grondwater, kwel een sloot of door water dat afstroomt van het omringende land, een helling of een weg”Hanenkamp, 2004
Een poel lijkt misschien maar een simpel plasje water. Maar wie beter kijkt, ziet een wereld vol leven, beweging en afhankelijkheden. Poelen zijn kraamkamers, schuilplaatsen, jachtgebieden en ontmoetingsplekken. Ze verbinden land en water, zomer en winter. Zonder poelen verdwijnt een groot deel van onze inheemse natuur – vaak stil en onopgemerkt.
Op deze pagina nemen we je mee in en rond een poel. Je ontdekt waarom poelen zo belangrijk zijn, welke soorten ervan afhankelijk zijn, welke bedreigingen op de loer liggen én wat je zelf kunt doen.
Wil jij bijdragen aan het beschermen van deze waardevolle ecosystemen? Dan kun je vrijwilliger worden en helpen met vullen van de poelenkaart, zodat we samen de biodiversiteit van poelen kunnen bevorderen en behouden.
Een poel kan verschillende functies vervullen. Het water biedt leef- en voortplantingsgebied voor amfibieën, insecten en andere ongewervelde dieren. Daarnaast groeien er water-, moeras- en oeverplanten, en gebruiken vogels en zoogdieren de poel als drinkplaats. Niet alleen het water zelf is belangrijk, ook de oevers spelen een grote rol.
Zonnige oevers, met name aan de noordkant, warmen snel op en zijn daardoor geschikt voor warmteminnende insecten, maar ook amfibieën houden zich hier graag op. Ook zijn open plekken op de oever potentiële groeiplaatsen voor bijzondere pionierplanten – dit zijn planten die zich vestigen op kale of verstoorde plekken. Zeldzame plantensoorten zoals koprus (Juncus capitatus) en kruipend moerasscherm (Helosciadum repens) zijn bijvoorbeeld afhankelijk van dit soort plekken.

Voor soorten die zich in poelen voortplanten, geldt in veel gevallen dat omliggend landhabitat net zo belangrijk is als het water. Volwassen amfibieën en libellen brengen namelijk een groot deel van hun leven op het land door en vinden hier voedsel en schuilmogelijkheden, inclusief eventuele overwinterplekken. Ook hier geldt dus dat meer variatie in het landschap enorm waardevol is en ruimte biedt aan een breder scala aan soorten.
Kruidenrijke vegetatie biedt geschikt habitat aan allerlei insecten (prooidieren voor amfibieën en libellen), bosschages bieden schuilplekken en luwtes, en hopen stenen, dood hout en holen in de grond bieden overwinterplekken. In bepaalde gebieden in Nederland is voldoende geschikt landhabitat aanwezig voor soorten die zich in poelen voortplanten, maar ontbreekt het aan geschikt water, waardoor zij zich lokaal dus niet kunnen vestigen. Waar wel een goed ontwikkelde poel aanwezig is, wordt een gebied opeens een stuk aantrekkelijk voor amfibieën, libellen en andere soorten. Hoewel poelen meestal maar een klein oppervlak in het landschap innemen, kan hun invloed op het aantal planten- en diersoorten enorm groot zijn.
Een poel is nooit “af”. Goed beheer zorgt ervoor dat hij geschikt blijft voor de soorten die ervan afhankelijk zijn.
Meer lezen over poelenbeheer? Dat kan hier
Beheer
Tien eigenschappen van een goed ontwikkelde poel