Anatolische bandsalamander

Ommatotriton nesterovi

Bandsalamanders staan bekend om hun opvallende kleuren en patronen. De mannetjes hebben een imposante rugkam. Dit is een exoot in Nederland.

Anatolische bandsalamander met opvallende kleuren en patronen.

Herkenning

Er bestaan drie soorten bandsalamanders, namelijk de Kaukasus bandsalamander Ommatotriton ophryticus, Anatolische bandsalamander O. nesterovi en de Zuidelijke bandsalamander O. vittatus. In Nederland is de Anatolische bandsalamander aangetoond.
Bandsalamanders staan bekend om hun opvallende kleuren en patronen. Kenmerkend voor Anatolische bandsalamander is de witte band tussen de achterpoten en het oog, die met zwarte lijntjes een scheiding vormt tussen de buik en zijkant/rug. Het gedeelte van de witte band tussen de voorpoten en het oog ontbreekt bij andere bandsalamandersoorten, maar is ook bij de Anatolische bandsalamander niet altijd aanwezig. Mannetjes hebben in de paartijd een zeer hoge, ingesneden en
zwart gebandeerde kam. Er is een onderbreking tussen rug- en staartkam. De kam op de staart is lager dan op de rug. De dieren hebben doorgaans een gemarmerde flanktekening.
Vrouwtjes zijn minder opvallend. Hun rugzijde is lichtbruin, grijs tot olijfkleurig. De buikzijde bij beide geslachten is oranjeachtig, al dan niet met kleine zwarte stipjes of fijne vlektekening. Volwassen Anatolische bandsalamanders kunnen circa 16 cm lang worden. Juveniele en subadulte bandsalamanders zijn goed herkenbaar door aanwezigheid van twee lichtgele of witte stippen bovenop de kop, tussen de ogen en paratoïden.

Foto’s: Paul van Hoof

Voortplanting

Bandsalamanders starten vroeg met de voortplanting, en kunnen al vanaf begin winter in het water aanwezig zijn. In gevangenschap kunnen mannetjes territoria bezetten en deze ook fel verdedigen tegen andere mannetjes. Dergelijk gedrag is niet of minder zichtbaar in de natuur, waar grote aantallen bandsalamanders samen kunnen komen in kleine voortplantingswateren. Vrouwtjes kunnen enkele tientallen tot vele honderden eitjes afzetten. Deze worden één voor één bevestigd
aan waterplanten, bladafval, of aan ondergedompelde takken en twijgen. Larven blijven relatief klein voor een dergelijk grote salamander, namelijk 3-4,5 cm.

Levenswijze

In hun natuurlijke verspreidingsgebied kunnen bandsalamanders in een breed scala van waterhabitats aangetroffen worden, variërend van ondiepe karresporen en ondergelopen weilanden tot poelen en bergmeren. In Nederland is de soort aangetroffen in één (bos)poel, maar waarschijnlijk worden meerdere wateren door de soort gebruikt. Op het land kent de soort een verborgen leefwijze. Juveniele dieren verblijven op het land tot ze volwassen zijn. De voedselkeuze is eveneens
weinig specifiek en opportunistisch. Het bestaat uit de voor salamanders gebruikelijke variatie aan insecten en andere ongewervelden en in het water ook amfibieënlarven.

Verspreiding

Het natuurlijke verspreidingsgebied van de Anatolische bandsalamander ligt in het noordwesten van Turkije en strekt zich grofweg uit tussen de steden Bursa, Samsun en Ankara. In Spanje komt een geïntroduceerde hybridepopulatie voor tussen O. nesterovi en O. ophryticus. Na een eerste waarneming in Zuidwest-Drenthe in 2002 werd de soort daar in 2023 en 2024, op 350-370 meter van de eerste vindplaats, opnieuw aangetoond.

Monitoring en trends

Vooralsnog zijn geen trends bekend. Het blijft belangrijk om waarnemingen van deze soort door te geven via Telmee.nl of Waarneming.nl.

Bedreiging en bescherming

De Anatolische bandsalamander is een exoot in Nederland. Deze soort kan een bedreiging vormen voor inheemse amfibieën door directe concurrentie en/of predatie. Bovendien is ziekteoverdracht, bij het loslaten van exotische soorten vanuit gevangenschap, altijd een serieus risico. Hybridisatie met inheemse salamandersoorten vormt geen reëel risico.

Gelijkende soorten