Glasaalmonitoring

Jonge paling in beeld, van kust tot binnenwater

RAVON monitort met vrijwilligers glasaal langs de Nederlandse kust. Ontdek wat de tellingen vertellen over jonge paling, migratieknelpunten en bescherming.

Ieder voorjaar bereiken jonge, doorzichtige palingen onze kust. Maar lukt het deze glasalen om hun opgroeigebieden te bereiken? RAVON onderzoekt samen met vrijwilligers en partners hoeveel glasaal zich bij sluizen en gemalen aandient. De tellingen brengen ontwikkelingen en migratieknelpunten in beeld en helpen waterbeheerders de weg naar het binnenwater te verbeteren.

Wat is glasaal?

Glasaalvrijwilligers, Iwan Hoving

Glasaal is de jonge, vrijwel doorzichtige levensfase van de Europese aal, ook wel paling genoemd. De soort plant zich voort in de Sargassozee. De larven reizen met de zeestromingen naar Europa en veranderen onderweg in glasaal. Aan onze kust zoeken de jonge vissen toegang tot zoete en brakke wateren om verder op te groeien. Als volwassen schieraal trekken ze uiteindelijk terug naar zee om zich voort te planten.

De eerste glasalen worden vaak al in februari waargenomen. De piek in hun aankomst ligt meestal in april.

Waarom monitoren we glasaal?

De Europese aal is ernstig bedreigd. Het aantal glasalen dat onze regio bereikt, is sterk afgenomen ten opzichte van de jaren zestig en zeventig. Door ieder jaar op vaste locaties te tellen, kunnen we volgen hoe het glasaalaanbod zich ontwikkelt.

Tegelijkertijd geeft de monitoring inzicht in de bereikbaarheid van het binnenwater. Sluizen, gemalen en andere barrières kunnen jonge palingen tegenhouden. Juist op deze plekken is het belangrijk te weten waar, wanneer en in welke aantallen glasaal aankomt. Daarmee kunnen waterbeheerders gerichter maatregelen nemen.

Met de glasaalmonitoring werken we aan drie doelen:

  • Ontwikkelingen volgen: veranderingen in het glasaalaanbod zichtbaar maken, lokaal, regionaal en over meerdere jaren.
  • Knelpunten signaleren: vaststellen waar glasalen zich verzamelen bij barrières op hun trekroute.
  • Verbeteringen onderbouwen: gegevens verzamelen voor aanvullend onderzoek, betere vispassages en aangepast waterbeheer.

Hoe werkt de monitoring?

Glasaalmonitoring Gemaal De Noord, Arthur de Bruin

Van februari tot en met juni tellen vrijwilligersteams op tientallen locaties langs de Nederlandse kust. Zij vissen na zonsondergang met een fijnmazig kruisnet bij sluizen en gemalen. De gevangen glasalen worden geteld en teruggezet, zodat ze hun tocht kunnen vervolgen. Ook andere vissen, zoals de driedoornige stekelbaars, worden geregistreerd. De teams bezoeken hun locatie regelmatig en volgen een vaste werkwijze. Hierdoor ontstaat een reeks metingen die laat zien hoe het aanbod gedurende het seizoen en van jaar tot jaar verandert. De monitoring onder coördinatie van RAVON vormt een aanvulling op de gegevens die Wageningen Marine Research verzamelt voor de landelijke glasaalindex en internationale rapportages.

Van regionale tellingen naar een netwerk langs de kust

De monitoring is in de loop der jaren uitgebreid. In het Noordzeekanaalgebied wordt sinds 2014 met vrijwilligers gemeten. Zuid-Holland volgde in 2015 en Zeeland in 2017, onder de naam ‘Samen voor de Aal’. Met de uitbreiding naar de Waddenzeekust in 2020 ontstond een netwerk van meetlocaties langs de hele Nederlandse kust.

RAVON werkt hiervoor samen met vrijwilligers, waterschappen, Rijkswaterstaat, provincies en andere regionale partners. Hun gezamenlijke inzet levert langjarige gegevens op die onmisbaar zijn voor onderzoek en bescherming.

Wat vertellen de resultaten?

Het glasaalaanbod kan sterk verschillen tussen jaren en locaties. Om de ontwikkeling goed te beoordelen, is daarom meer nodig dan één hoge of lage vangst. In 2023 bundelden RAVON, INBO, Wageningen Marine Research, Van Hall Larenstein en Good Fish Nederlandse en Belgische glasaalgegevens. De analyse omvatte ruim 54.000 dataregels van 58 locaties. Er werd rekening gehouden met factoren die de vangsten beïnvloeden, zoals het seizoen, het getij, de watertemperatuur en veranderingen bij sluizen en vispassages. De analyse liet zien dat het glasaalaanbod in Nederland en België over de onderzochte periode van ruim twintig jaar rond een laag niveau bleef schommelen. Een gunstig jaar betekent dus nog geen blijvend herstel. Langjarige monitoring blijft nodig om ontwikkelingen te volgen en resultaten in de juiste context te plaatsen.

Bekijk het webinar over glasaaldata en trends

Van telling naar een betere trekroute

De kruisnetmonitoring meet het aanbod van glasaal bij een locatie. Om te weten hoeveel vissen daadwerkelijk een vispassage gebruiken, is aanvullend onderzoek nodig. RAVON voert hiervoor Passagechecks uit. Met gemerkte vissen en terugvangsten onderzoeken we hoe goed een passage werkt en waar verbeteringen mogelijk zijn. Bij Gemaal Schoute in Scheveningen bleek bijvoorbeeld dat veel glasalen zich ophoopten voor een gesloten keersluis. Na aanpassingen konden ze beter doorzwemmen naar het gemaal. Bij de Bathse Spuisluis liet onderzoek zien dat het moment van spuien onvoldoende aansloot op het moment waarop glasalen de passage konden benutten. Deze onderzoeken laten zien hoe tellingen, kennis van visgedrag en waterbeheer elkaar versterken. Een vispassage aanleggen is een belangrijke stap; zorgen dat vissen deze ook kunnen vinden en gebruiken, vraagt aandacht voor inrichting én beheer.

Een toekomst voor de paling

Glasaalmonitoring is onderdeel van de bredere inzet van RAVON voor aalherstel. Jonge palingen moeten hun leefgebieden kunnen bereiken, er veilig en in schoon water kunnen opgroeien en als volwassen schieraal weer onbeschadigd naar zee kunnen trekken. De monitoring levert kennis om die route te verbeteren, samen met waterbeheerders en andere partners.

Lees meer over onze aanpak: Toekomst voor de paling

Meer lezen

Zelf bijdragen aan het onderzoek?

Wil je helpen met het tellen van glasaal? Op de pagina over kruisnetmonitoring lees je wat het vrijwilligerswerk inhoudt en hoe je kunt meedoen.

Onderzoek naar glasaalintrek via de Scheveningse Keersluis en Gemaal Schoute en maatregelen om de vispassage te verbeteren.
Passagecheck van de gemalen Schore en Poppekinderen voor de trek van glasaal en driedoornige stekelbaars naar Zeeuwse polders.