
Beschrijving
De rivierdonderpad (Cottus perifretum) is een klein visje met een opmerkelijk uiterlijk. Opvallend zijn z`n dikke, platte kop met een brede bek en dicht bij elkaar staande ogen bovenop. Deze kop kan hij alle kanten op draaien, wat zeer ongebruikelijk is bij vissen. Als het donker is wordt de rivierdonderpad actief en gaat hij over de bodem op zoek naar voedsel. Dit bestaat geheel uit kleine ongewervelde diertjes. In de paaitijd maken de mannetjes een nestholletje waarin de vrouwtjes haar eieren afzet die vervolgens door het mannetje bevrucht én bewaakt worden. Vaak is het samen met de beekforel een dominante soort in snelstromende wateren, maar ook in langzaam stromende of stilstaande wateren worden ze aangetroffen.
Grote populaties rivierdonderpad worden gevonden in het IJsselmeer, het Noord-Hollands Plassengebied, en zijbeken van de Waal, IJssel en Maas. In kleinere aantal kan de soort door geheel Nederland worden aangetroffen. Hoewel de rivierdonderpad in Nederland op het moment niet bedreigd wordt, moet men toch rekening houden met de gevoeligheid van deze soort voor veranderingen in zijn omgeving.
In Nederland heerste al langer het idee dat er sprake was van twee rivierdonderpadvormen; een vrij kwetsbare populatie die in beken voorkomt en een minder kwetsbare, weer toenemende populatie in de grote rivieren en meren. In 2005 wordt hiervoor een verklaring gevonden. Genetisch en taxonomisch onderzoek (Nolte et al. 2005; Freyhof et al. 2005) toont aan dat er in Nederland sprake is van twee afzonderlijke soorten: Cottus perifretum en Cottus rhenanus. Cottus Gobio, de rivierdonderpad die verondersteld werd in Nederland voor te komen, komt niet in Nederland voor.
In 2007-2008 heeft RAVON samen met bureau Natuurbalans in opdracht van het ministerie van LNV de verspreiding van beide donderpadden onderzocht. Bij dit onderzoek is niet alleen naar de uiterlijke kenmerken gekeken, maar werd er ook een genetisch analyse uitgevoerd. De resultaten laten zien dat kernpopulaties van de rivierdonderpad aanwezig zijn langs de randmeren, op de Veluwe, in Noord-Brabant, langs de grote rivieren en in Overijssel. Lees meer over dit onderzoek in de pdf van het rapport
Onderscheid tussen 2 soorten:
Het meest bruikbare kenmerk voor het onderscheid tussen beide soorten in het veld is de aanwezigheid van stekeltjes op de flanken. Deze stekeltjes zijn ook wel zichtbaar, maar beter nog te voelen. Daarvoor beweeg je je vinger van achter naar voor over de flank van de vis. Een donderpad met stekels voelt dan ruw aan.
De rivierdonderpad (C. perifretum) heeft stekeltjes vanaf de borstvin tot minimaal aan de tweede rugvin (tekening A). Vaak is de hele flank gestekeld tot op de staartwortel. Dit kenmerk is alleen betrouwbaar bij juveniele dieren. Bij volwassen mannetjes zijn deze stekels soms afwezig.
De beekdonderpad (C. rhenanus) heeft hooguit achter zijn borstvin wat stekels of deze ontbreken. De rest van zijn flank voelt glad aan (tekening B). Op plaatsen waar beide donderpadsoorten naast elkaar voorkomen kan hybridisatie optreden. De hybriden hebben evenals perifretum stekeltjes verspreid over de flank.
Bescherming
De soort staat op de Rode Lijst vermeld als “thans niet bedreigd”, maar is wel opgenomen in de Flora- en faunawet (tabel 2) en is internationaal beschermd middels de Conventie van Bern (bijlage 2).