Bruine dwergmeerval

Ameiurus nebulosus

Deze kleine, exotische meerval komt in Nederland op een beperkt aantal plaatsen voor, met name in Limburg en het oosten van Noord-Brabant.

Herkenning

De bruine dwergmeerval (Ameiurus nebulosus) behoort tot de familie van de Noord-Amerikaanse meervallen (Ictaluridae). Het betreft een kleine soort die tot 22cm groot wordt.  De soort lijkt sterk op zwarte dwergmeerval. Een onderscheidend kenmerk tussen de soorten is de achterzijde van de voorste borstvinstraal, deze is bij bruine dwergmeerval sterk getand en bij zwarte dwergmeerval niet. Daarnaast is de staart van de bruine dwergmeerval uniform gekleurd en bij zwarte dwergmeerval zwart-wit gestreept (klik hier voor meer info). Onderscheid met de Europese meerval, Afrikaanse meerval en kwabaal  is te maken op basis van de aanwezigheid van een vetvin bij de bruine dwergmeerval. De kanaalmeerval, die eveneens een vetvin heeft, is te onderscheiden doordat deze een diepgevorkte staartvin en langere anaalvin heeft.

Voortplanting

De bruine dwergmeerval is na twee tot drie jaar geslachtsrijp en paait in de periode april-mei. Voor de voortplanting wordt op een beschutte plaats een ondiepe nestkuil in de bodem gegraven. Het nest wordt vervolgens bewaakt; de ouder verzorgt de eitjes en larven door ze met de borstvinnen van zuurstofrijk water te voorzien en het nest schoon te houden met de bek. 

Levenswijze

De bruine dwergmeerval is een generalist met een voorkeur voor langzaamstromende delen van de benedenloop van rivieren, beken en overstromingsvlakten. Daarnaast komt de soort ook in vennen voor. Ze zijn actief tijdens de schemering en ’s nachts, terwijl ze zich overdag verschuilen tussen stenen en in holtes. De soort beschikt over zeer goed ontwikkelde smaak- en geurzintuigen, waaronder lange bekdraden. Het voedsel bestaat uit muggenlarven, watervlooien, waterkevers, pissebedden en vis.

Verspreiding

De bruine dwergmeerval komt uit Noord-Amerika. In Europa is hij in de 19e eeuw geïntroduceerd als consumptievis. In Nederland werden ze vanaf 1905 gekweekt door de Heidemij bij Valkenswaard. Ze zijn rond die periode in het wild terecht gekomen door uitzettingen en mogelijk door het loslaten van aquariumexemplaren. De meeste recente waarnemingen van dwergmeervallen zijn afkomstig uit Limburg en het oosten van Noord-Brabant waar bruine dwergmeerval stand lijkt te houden.

Bedreiging en bescherming

De bruine dwergmeerval is een exoot en geniet geen bescherming in Nederland. De soort is goed bestand tegen een hoge zuurgraad, lage zuurstofgehaltes, waterverontreiniging en troebel water. Bij hoge dichtheden kunnen dwergmeervallen een bedreiging vormen voor inheemse soorten door concurrentie om voedsel en schuilplaatsen en door predatie van ongewervelden.