De beekdonderpad is een zeer zeldzame vis die leeft in kleine snelstromende beken met een bodem van grind en stenen.
De beekdonderpad behoort tot de familie van de donderpadden (Cottidae). Het is een bodemvis met een brede afgeplatte kop, zeer grote bek, grote borstvinnen en los van elkaar staande buikvinnen. De flanken zijn afhankelijk van de bodemkleur waar ze zich op bevinden, bruin tot grijskleurig met donkere vlekkerige banden dwars op het lichaam. De beekdonderpad kan tot 12 centimeter groot worden. Onderscheid met de zeer sterk gelijkende rivierdonderpad is alleen te maken bij dieren tot een lengte van 6 cm, waarbij rivierdonderpadden ruwe stekeltjes op de flanken en rug hebben en beekdonderpadden gladde flanken. Het onderscheid met de gelijkende uitheemse Pontokaspische grondelsoorten zoals marmergrondel, kesslers grondel en zwartbekgrondel is te maken doordat de buikvinnen van deze soorten zijn vergroeid tot een zuignap, bij beekdonderpad zijn ze gescheiden. Voor meer informatie over gelijkenissen en verschillen wordt verwezen naar de herkenningskaart bodemvissen.
Beekdonderpadden paaien meerdere keren in de periode februari tot april. Hierbij zoeken mannetjes een nestholte onder een steen waarin het vrouwtje eitjes legt. De eitjes worden door het mannetje bewaakt en verzorgd door ze met de borstvinnen van zuurstofrijk water te voorzien. De larven leven na het uitkomen in open water.
De beekdonderdpad is een geheel stromingsminnende soort. Ze leven in kleine snelstromende beken met een bodem van grind en stenen. De soort is nachtactief en eet prooien zoals vlokreeften, waterpissebedden, muggenlarven, kleine visjes of visseneieren. Overdag verschuilen de dieren zich tussen stenen en boomwortels.
Beekdonderpad komt voor in snelstromende beken binnen het stroomgebied van de Rijn en de Maas. In Nederland is de verspreiding van beekdonderpad beperkt tot enkele beken: de Geul (en zijbeken) en de Aa-strang. Daarnaast komt de soort voor in het Duitse deel van de Berkel en de Roer waarbij er soms dieren uitspoelen naar Nederland.
Beekdonderpad is gevoelig voor watervervuiling, verdroging en het normaliseren van beeksystemen. Doordat de soort in Nederland een zeer beperkt leefgebied heeft, is deze kwetsbaar. Het huidige leefgebied in het Geulsysteem is middels stuwen gescheiden van het leefgebied van exotische grondels. Doordat exotische grondels concurrentiekrachtiger zijn vormt het passeerbaar maken van deze stuwen een mogelijke bedreiging voor de beekdonderpad. In de Aa-strang is reeds zwartbekgrondel aangetroffen en is het onduidelijk wat dat betekent voor de toekomst van de populatie beekdonderpad daar. De soort staat op bijlage II van de Habitatrichtlijn en is internationaal beschermd middels de Bern Conventie (bijlage 2). In Nederland is de soort beschermd onder de Wet natuurbescherming. De beekdonderpad staat als ‘gevoelig’ op de Rode Lijst (Staatscourant, 2015 nr. 36471).