Amfibieën leven in twee werelden. Ze planten zich voort in water, maar brengen een groot deel van hun leven door op het land. Juist die combinatie maakt soorten als de boomkikker, knoflookpad, kamsalamander, geelbuikvuurpad en vroedmeesterpad kwetsbaar. Door schaalvergroting in het landschap verdwenen veel poelen, houtwallen, sloten en andere kleine landschapselementen. Leefgebieden raakten kleiner en steeds verder van elkaar geïsoleerd.
Het Europese LIFE-project AMBITION – voluit Amphibian Biotope Improvement in the Netherlands – bracht daar tussen 2004 en 2008 verandering in. In veertien gebieden in Oost- en Zuid-Nederland werkten RAVON, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en landschapsorganisaties samen aan het herstel van leefgebieden voor vijf bedreigde amfibiesoorten. Er werden nieuwe poelen gegraven, bestaande wateren hersteld, landhabitats verbeterd en verbindingen tussen populaties aangelegd.
Het doel ging verder dan het beschermen van afzonderlijke dieren. AMBITION werkte aan sterke netwerken van deelpopulaties. Wanneer een populatie lokaal verdwijnt, kunnen dieren vanuit een nabijgelegen gebied terugkeren. Onderzoek en monitoring lieten zien welke maatregelen werkten en waar aanvullend beheer nodig bleef. Zo maakte het project duidelijk dat duurzaam herstel begint met voldoende geschikt leefgebied én veilige verbindingen daartussen. Daarmee legde AMBITION een belangrijke basis voor verdere amfibieënbescherming in Nederland.
Het project had als doel om levensvatbare metapopulaties te ontwikkelen van vijf bedreigde amfibiesoorten en één libellensoort van de Habitatrichtlijn:
Deze soorten kwamen vroeger op meer plekken voor, vaak in kleinschalige cultuurlandschappen met veel poelen, natte plekken en structuurrijke landhabitats. Door schaalvergroting in het agrarisch gebied, verdwijnen van poelen, verdroging en versnippering zijn veel populaties teruggedrongen tot kleine, geïsoleerde kerngebieden.
Binnen LIFE AMBITION werd gewerkt met een duidelijke herstelstrategie in vier fasen:
Deze aanpak sluit aan bij het idee van metapopulaties. Een soort is op lange termijn sterker wanneer niet één geïsoleerde populatie overblijft, maar een netwerk van deelpopulaties. Als een kleine deelpopulatie tijdelijk verdwijnt, kan een geschikt leefgebied later opnieuw worden gekoloniseerd vanuit nabijgelegen populaties.
Een belangrijk deel van het project bestond uit de aanleg, het herstel en de vergroting van voortplantingswateren. Poelen, natte laagtes, kwelzones en kleine wateren zijn onmisbaar voor amfibieën. Ze moeten voldoende zon krijgen, geschikt zijn voor voortplanting en aansluiten op geschikt landhabitat.
Binnen het project zijn tientallen nieuwe wateren aangelegd en bestaande wateren hersteld. Daarbij werd onder meer gekeken naar waterkwaliteit, beschaduwing, ligging, diepte, vegetatieontwikkeling en de verbinding met omliggende leefgebieden.
Niet elke soort reageert even snel op zulke maatregelen. Pioniersoorten zoals geelbuikvuurpad en boomkikker kunnen nieuwe wateren snel koloniseren. Kamsalamanders gebruiken vaak pas wateren waarin voldoende waterplanten zijn ontwikkeld. De knoflookpad kan nog later reageren, omdat deze soort specifieke eisen stelt aan zowel voortplantingswater als landhabitat.
LIFE AMBITION was een breed samenwerkingsproject. RAVON nam het initiatief om verschillende soortbeschermingsmaatregelen samen te brengen in één groot project. De uitvoering vond plaats in samenwerking met onder meer Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, provincies, terreinbeheerders en landschapsorganisaties. Die samenwerking was belangrijk omdat bedreigde soorten zich niet houden aan eigendomsgrenzen of projectgrenzen. Herstel van leefgebieden vraagt om afstemming tussen beheerders, ecologen, overheden, vrijwilligers en uitvoerders.
In meerdere gebieden zijn maatregelen uitgevoerd, onder andere in Drenthe, Overijssel, Gelderland en Limburg. Er zijn nieuwe voortplantingswateren aangelegd, bestaande wateren hersteld en landhabitats verbeterd. De eerste resultaten waren positief. In Zuid-Limburg wisten geelbuikvuurpad en vroedmeesterpad nieuwe of herstelde voortplantingswateren te vinden. Ook boomkikkers reageerden snel in enkele projectgebieden. Daarnaast profiteerden niet alleen amfibieën: op sommige herstelde locaties verschenen ook bijzondere planten van voedselarme omstandigheden.
Herstel stopt niet na aanleg. Poelen kunnen dichtgroeien, te sterk beschaduwd raken of hun kwaliteit verliezen. Landhabitats kunnen verruigen, verbossen of juist te intensief worden beheerd. Daarom is blijvend beheer nodig om leefgebieden geschikt te houden. Monitoring is daarbij belangrijk. Door te volgen hoe soorten reageren, wordt zichtbaar welke maatregelen werken en waar bijsturing nodig is. LIFE AMBITION liet zien dat de koppeling tussen uitvoeringsmaatregelen en monitoring van groot belang is voor duurzaam soortherstel.
RAVON adviseert over herstel van leefgebieden voor amfibieën, van soortgericht poelenherstel tot gebiedsbrede plannen voor metapopulaties. Daarbij kijken we naar voortplantingswateren, landhabitat, verbindingen, beheer en monitoring.
Met deze aanpak werken we aan duurzame leefgebieden waarin bedreigde amfibieën zich kunnen herstellen, uitbreiden en op lange termijn kunnen voortbestaan.