Chytridiomycose is een schimmelziekte bij amfibieën. De ziekte wordt veroorzaakt door de gistachtige schimmels Batrachochytrium dendrobatidis (Bd) en Batrachochytrium salamandrivorans (Bsal). Wereldwijd heeft chytridiomycose bijgedragen aan de achteruitgang van meer dan 500 amfibiesoorten, en geldt de ziekte als een van de grootste bedreigingen voor amfibieën. Zowel salamanders als kikkers en padden kunnen besmet raken. Chytridiomycose is niet gevaarlijk voor mensen, maar kan door de grote impact op amfibieën wel een bedreiging vormen voor de biodiversiteit in het algemeen. Amfibieën spelen namelijk een belangrijke rol in voedselwebben en ecosystemen, dus hun achteruitgang kan ook andere soorten raken. RAVON voert toegepast en wetenschappelijk onderzoek uit naar chytridiomycose, dat vertaalt kan worden in effectieve maatregelen voor beleid en beheer.
De schimmels die chytridiomycose veroorzaken zijn waarschijnlijk afkomstig uit Oost-Azië. Bd is al in de jaren ’90 voor de wetenschap beschreven. Deze schimmel is met zekerheid sinds 1999 in Nederland aanwezig, en heeft zich vermoedelijk al ruim daarvoor gevestigd. Bd is in Nederland wijdverspreid. Bsal is pas in 2013 ontdekt, door onderzoek van RAVON en internationale partners naar aanleiding van sterfte onder vuursalamanders in het Limburgse Heuvelland. Deze schimmel is mogelijk pas recent in Nederland terechtgekomen, en heeft zich inmiddels gevestigd in delen van Gelderland en Limburg. Beide schimmels bestaan uit meerdere varianten die verschillen in bijvoorbeeld ziekmakendheid en groeisnelheid. Onbewuste introductie van nieuwe varianten, bijvoorbeeld via de dierenhandel, kan nieuwe ziekte-uitbraken veroorzaken.
|
|
|
De impact van Bd en Bsal verschilt per amfibiesoort. Alle Nederlandse amfibieënsoorten kunnen besmet raken met Bd. RAVON-onderzoek heeft aangetoond dat Bd jaarlijks slachtoffers maakt onder geelbuikvuurpadden. Beschermingsmaatregelen, zoals aanleg van nieuwe voortplantingswateren die voor hogere aantallen juvenielen zorgen, compenseren deels voor de sterfte. Een vergelijkbare impact wordt vermoed voor vroedmeesterpad. Klimaatverandering kan deze fragiele balans verstoren. Omdat populaties van geelbuikvuurpad en vroedmeesterpad in Nederland over het algemeen klein en kwetsbaar zijn, vormt Bd een permanente bedreiging. Ook andere amfibiesoorten, zoals groene kikkers, zijn frequent Bd-drager, maar dit lijkt niet tot massale sterfte te leiden. Aanwezigheid van sluimerende infecties, die makkelijk over het hoofd gezien worden, kunnen op de lange termijn echter wel bijdragen aan populatieafnames, zeker in combinatie met klimaatverandering of een verslechterde natuurkwaliteit.
Bsal besmet met name salamanders, en is slechts incidenteel op kikkers of padden aanwezig. Laboratoriumonderzoek heeft aangetoond dat veel Europese en Noord-Amerikaanse salamandersoorten zeer gevoelig zijn voor Bsal. Verdere verspreiding kan daarom grote gevolgen hebben voor de biodiversiteit. Vooral de vuursalamander en nauw verwante soorten zijn zeer gevoelig voor Bsal en sterven vaak na infectie. In West-Europa heeft dit geleid tot sterke afnames van vuursalamanderpopulaties, soms met meer dan 90 procent. Plaatselijk is de soort zelfs verdwenen. De impact van Bsal op watersalamanders is minder eenduidig. Veel soorten kunnen herstellen van een infectie, en de uitkomst hangt onder meer af van omgevingsfactoren en variatie binnen zowel Bsal als de gastheer. Toch kan Bsal ook bij watersalamanders grote gevolgen hebben. Bij kamsalamanders kan de aanwezigheid van Bsal leiden tot een sterke en blijvende afname van populaties, waardoor deze kwetsbaarder worden voor andere bedreigingen.
Zowel Bd als Bsal staan op de lijst van meldingsplichtige dierziekten van de World Organisation for Animal Health. Nederland dient uitbraken van deze ziektes te melden. Bsal is daarnaast opgenomen in de Europese Diergezondheidsverordening. Dit betekent dat er maatregelen opgesteld dienen te worden om verdere verspreiding van de schimmel te voorkomen, en dat surveillance uitgevoerd dient te worden vanwege hoog risico op verdere verspreiding. Nederland geeft hier invulling aan middels onderzoek en een landelijk Early Warning System voor detectie van invasieve ziekteverwekkers. Beide sporen worden uitgevoerd door RAVON, en gesubsidieerd door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Bd is niet opgenomen in de Europese Diergezondheidsverordening.
Voor amfibieën en reptielen is een herkenningskaart beschikbaar met voorbeelden van opvallende ziektebeelden, waaronder chytridiomycose. Heeft u een ziek of dood amfibie (of reptiel) gevonden? Meld uw waarneming via het meldformulier. Zo kunnen we sneller signaleren waar problemen optreden, welke soorten betrokken zijn en of nader onderzoek nodig is. Ziekteverwekkers kunnen ongemerkt worden verspreid via laarzen, schepnetten, emmers, fuiken, voertuigen, machines en ander materiaal. Er zijn desinfectie-protocollen beschikbaar voor veldwerk en groot materieel.
Meldformulier