In Nederlandse rivieren, kanalen, plassen en beken komen steeds meer uitheemse vissoorten voor. Sommige soorten weten zich snel te verspreiden en kunnen hoge dichtheden bereiken. Dat kan gevolgen hebben voor inheemse vissen en andere organismen in het zoetwaterecosysteem.
RAVON onderzocht samen met Natuurbalans- Limes Divergens, de Radboud Universiteit Nijmegen en Stichting Bargerveen tien exotische vissoorten. De studie werd uitgevoerd in opdracht van het Team Invasieve Exoten en Rijkswaterstaat Waterdienst.
Het onderzoek richtte zich op zeven soorten die zich destijds al in Nederland hadden gevestigd:
Daarnaast zijn drie soorten onderzocht die Nederland mogelijk op korte termijn konden bereiken: de naakthalsgrondel, Noord-Aziatische modderkruiper en Amoergrondel. De naakthalsgrondel is inmiddels in 2023 in Nederland ontdekt, de Noord-Aziatische modderkruiper is in 2012 voor het eerst in Nederland aangetroffen.
Voor het onderzoek zijn bestaande monitoringsgegevens, verspreidingsgegevens, literatuuronderzoek en aanvullend veldonderzoek gecombineerd. Daarbij is gekeken naar de verspreiding en dichtheid van de soorten, hun leefgebied, voortplanting en positie in het voedselweb.
Verschillende exotische grondels bleken zich snel via de grote rivieren te verspreiden. Vooral stortstenen oevers bieden deze soorten veel geschikte schuil- en voortplantingsplaatsen. Andere soorten hebben juist een voorkeur voor zandbodems, stilstaande wateren of dichtbegroeide plassen.
Exotische vissoorten kunnen inheemse soorten op verschillende manieren beïnvloeden. Ze kunnen concurreren om voedsel en leefgebied, eieren en jonge vissen eten of ziekten en parasieten overbrengen. Bij nauw verwante soorten kan ook hybridisatie optreden.
De risicoanalyse liet zien dat bij alle onderzochte soorten één of meer van deze risico’s aanwezig waren. Vooral soorten die zich snel uitbreiden, hoge dichtheden bereiken en gebruikmaken van hetzelfde leefgebied als zeldzame bodemvissen verdienen aandacht.
Wanneer een exotische vissoort zich eenmaal op grote schaal heeft gevestigd, is bestrijding vaak moeilijk. Preventie en vroegtijdige signalering zijn daarom belangrijk. Ook langdurige monitoring is nodig om veranderingen in verspreiding en dichtheid te volgen en mogelijke gevolgen voor inheemse soorten zichtbaar te maken.
Bij de inrichting van wateren kan bovendien rekening worden gehouden met de verhouding tussen natuurlijke leefgebieden en kunstmatige structuren, zoals stortstenen oevers. Daarmee kunnen inheemse soorten meer geschikte leefruimte krijgen.
Het rapport beschrijft per vissoort de verspreiding, ecologie, mogelijke effecten en beheeropties. Ook bevat het aanbevelingen voor monitoring, preventie en vervolgonderzoek. Het volledige rapport kan onderaan deze pagina worden gedownload.