Padden.nu 2014

Amfibieëntrek in een droog en warm voorjaar

Padden.nu 2014: 53 werkgroepen zetten 112.722 amfibieën over. Door een zeer zachte winter begon de paddentrek al in februari.
Jaar: 2014

Het rapport Padden.nu 2014 van Stichting RAVON beschrijft het zevende jaar dat de website Padden.nu in de lucht is. In 2014 stonden er 78 werkgroepen geregistreerd, en in alle provincies bevinden zich één of meer paddenwerkgroepen. Volgens tabel 1 gaven 53 werkgroepen hun resultaten door, van 102 trajecten. Dat is een duidelijke terugval ten opzichte van 2012 en 2013, toen alle werkgroepen persoonlijk waren benaderd. Samen zetten zij 112.722 amfibieën over, gemiddeld 2.127 per werkgroep. Uitgaande van zo’n 110 actieve groepen in Nederland zijn er bij benadering 233.970 amfibieën veilig naar de overkant geholpen. Bij een gemiddelde lengte van zo’n 7 cm gaat het om een stoet van ruim 16 kilometer. Het Kuinderbos steeg naar de eerste plek (10.051 dieren volgens tabel 2). Op de tweede plek staat Dierenbescherming Haaglanden met 9.014 dieren. Amerongen, dat vanaf de start van het project de eerste plek bezette, daalde naar de derde plek met 8.117 dieren.

De meeste overgezette dieren waren gewone padden (86.160), gevolgd door de bruine kikker (7.322) en de kleine watersalamander (5.965). Van de overige soorten kwam alleen de groene kikker boven de duizend uit (1.542). De heikikker werd maar op één traject overgezet, in Beetsterzwaag, maar wel in zulke aantallen (360) dat de soort de vijfde plaats inneemt.

De winter van 2014 was een van de zachtste sinds 1706. Op 2007 na was de lente van 2014 de zachtste sinds 1706. De lente was iets droger dan normaal, en vooral maart was erg droog (26 mm tegen 68 mm normaal). Door de zachte winter begon de trek al in februari, en die verliep in drie activiteitsperiodes. Het grootste deel van de trek vond plaats in de tweede en derde week van maart, met als hoogtepunt 18 maart, toen er ruim 11.000 amfibieën werden overgezet. De grootste piek van de heikikker viel op 6 april. Dat is volgens het rapport duidelijk later dan normaal en heeft waarschijnlijk te maken met de droogte in maart.

De auteurs concluderen dat het nog lastig is om harde uitspraken te doen, omdat de samenstelling van de werkgroepen die gegevens doorgeven steeds wisselt. Ze vragen iedereen om consequent te blijven invoeren. De dataset wordt ook gebruikt binnen het NEM (Netwerk Ecologische Monitoring). Door de gestructureerde manier van verzamelen zijn de gegevens zeer waardevol.