Padden.nu 2008

Meer dan 100.000 amfibieën veilig overgezet!

Padden.nu 2008: 18 werkgroepen zetten 65.053 amfibieën over. Voor alle 30 aangesloten groepen samen is de schatting 108.420.
Jaar: 2008
Uitgever: RAVON
Auteurs RAVON: Jelger Herder

Het rapport Padden.nu 2008 van Stichting RAVON beschrijft het eerste jaar van het project Padden.nu, dat eind 2007 van start ging. Padden.nu is een gezamenlijk project van Stichting RAVON, IVN, KNNV en Landschap Noord-Holland. Sinds de opening van de website begin 2008 meldden zich 30 werkgroepen aan, verdeeld over 10 provincies. Van deze 30 werkgroepen gaven er 18, met in totaal 23 trajecten, hun overzetresultaten door. Samen zetten zij 65.053 amfibieën over, gemiddeld 3.614 per werkgroep. Op basis daarvan maakt het rapport een voorzichtige schatting voor alle aangesloten groepen: 30 werkgroepen maal 3.614 is 108.420 amfibieën. Op de meeste trajecten worden tussen de 500 en 3.000 amfibieën per jaar overgezet. Twee trajecten steken er enorm bovenuit: Amerongen met 23.709 en het Kuinderbos met 16.012 overgezette amfibieën. In Amerongen ging het voor meer dan 95% om gewone padden. In het Kuinderbos was 53% gewone pad en 41% bruine kikker.

Op alle trajecten samen werden 64.320 amfibieën tot op soort gedetermineerd. De meeste waren gewone padden (50.117), gevolgd door de bruine kikker (9.248) en de kleine watersalamander (2.518). Ook werden grote aantallen zeldzamere soorten overgezet: 1.061 heikikkers, 988 rugstreeppadden en 118 Alpenwatersalamanders. In Ulvenhout werden met zekerheid 15 vinpootsalamanders overgezet. Volgens het rapport ligt het werkelijke aantal waarschijnlijk hoger, omdat ze moeilijk te onderscheiden zijn van de kleine watersalamander. Op een traject in Overijssel werd een doodgereden boomkikker gevonden. Naast amfibieën werden onder meer hazelwormen, een zandhagedis, veldmuizen, spitsmuizen en een mestkever overgezet.

De trek vond grofweg plaats in vier piekperiodes. De echte trek begon op 21 februari 2008, en de dag met de grootste trek was 29 februari. De heentrek naar het voortplantingswater vond grofweg plaats tussen eind februari en begin april. De piek op 23 april werd veroorzaakt door terugtrekkende padden die klaar waren met de voortplanting, aangevuld met enkele late soorten. Die piek is vrijwel geheel afkomstig van Amerongen, waar ook de terugtrekkende dieren worden overgezet. Volgens het rapport is zo’n geconcentreerde terugtrek opvallend. De grafieken per soort laten zien dat er “vroege” soorten zijn, zoals de heikikker en de Alpenwatersalamander, en “late” soorten, zoals de rugstreeppad en de groene kikker.

In 2008 zijn ongeveer 100 paddenwerkgroepen benaderd, en ongeveer de helft reageerde. Vijf werkgroepen bleken te zijn opgeheven, onder meer omdat er paddentunnels waren aangelegd, nieuwe poelen waren gegraven of er te weinig vrijwilligers waren. Via de website kwamen vier meldingen van knelpunten binnen. Volgens de conclusie is de start van Padden.nu hoopvol: iets meer dan de helft van de aangesloten groepen geeft haar gegevens door via telmee.nl. De auteurs hopen dat meer werkgroepen zich aansluiten en dat de aangesloten groepen hun gegevens blijven doorgeven.