Van nature vormen rivierdelta’s, ook wel estuaria genoemd, een belangrijke toegangspoort voor trekvissen die migreren tussen zoet en zout water. Daarnaast vormt de natuurlijke zoet-zoutovergang een belangrijke kraamkamer voor mariene vissoorten. Hiervan profiteren ook visetende vogels en zoogdieren. Vanwege deze natuurlijke rijkdommen, vestigden zich al vroeg mensen in de rivierdelta’s. Tegenwoordig zijn het doorgaans dichtbevolkte gebieden met veel menselijke activiteiten, zoals in de haven van Rotterdam.
Om de mensen in de delta te beschermen tegen het water zijn in Nederland in de jaren zeventig de Deltawerken aangelegd. Hierdoor veranderden de natuurlijke estuariene zoetzoutovergangen en brakwaterzones in harde scheidingen tussen zoet en zout water. De gegraven Nieuwe Waterweg met steile oevers vormt nu de enige open verbinding tussen
zoet en zout water in de delta van de Rijn en Maas. Met name de aanleg van de Haringvlietdam in 1970, had een grote invloed op de vismigratiemogelijkheden en de estuariene dynamiek in deze rivierdelta. De getijdendynamiek verdween grotendeels, evenals het areaal aan zand- en slibplaten. Typische estuariene soorten verdwenen en trekvissen konden de Haringvlietsluizen in de dam moeilijk passeren om hun paaigronden en opgroeigebieden te bereiken.
In het “Kierbesluit” is vastgelegd dat de Haringvlietsluizen weer op een kier gezet worden om zo trekvissen te kunnen laten passeren en te zorgen voor een minder harde overgang tussen zoet en zout water. Het getijdeverschil verandert met het beoogde Kierbeheer niet noemenswaardig, daarvoor is de opening te klein. Sinds december 2018 worden de Haringvlietsluizen bedient volgens dit nieuwe beleid. Onder de noemer “lerend implementeren” werkt Rijkswaterstaat aan het stapsgewijs instellen van dit nieuwe
sluisbeheer. Hierin vormen het vergroten van de connectiviteit voor trekvissen door de Haringsluizen en het controleren van de verspreiding van zoutwater in het Haringvliet de twee belangrijke pijlers. De insteek hierbij is dat het zout in het Haringvliet niet verder mag komen dan de denkbeeldige lijn Middelharnis-Spui.
2019 stond als eerste volle jaar onder het nieuwe beheer in het teken van verschillende proeven op het gebied van het beperken van zout verspreiding. Visvriendelijk spuibeheer, het vullen van de diepe putten achter de Haringvlietsluizen en nalevering experimenten (verspreiding van zout vanuit de diepe putten) wisselden elkaar af. Er werden hierdoor gemiddeld hogere en sterker fluctuerende zoutwaarden gemeten aan de binnenzijde van de Haringvlietdam.