Drukverschil in hevelleidingen en tolerantie van vis

Literatuurstudie in het kader van vismigratievoorzieningen

Hoe beïnvloeden drukverschillen in hevelleidingen vissen? RAVON onderzoekt risico’s en ontwerpgrenzen voor veilige en effectieve vismigratie.
Jaar: 2026
Referenties: RAVON

Hoe kunnen vissen veilig een dijk passeren via een hevelleiding? In opdracht van Waterschap Hollandse Delta onderzocht RAVON wat bekend is over drukverschillen in deze leidingen en de gevolgen voor vissen. De literatuurstudie brengt technische kenmerken van hevels samen met kennis over de tolerantie en het gedrag van verschillende vissoorten.

In hevelleidingen worden vissen tijdelijk blootgesteld aan een lagere druk. Hierdoor kan de zwemblaas uitzetten, met mogelijk weefselschade of sterfte tot gevolg. De gevoeligheid verschilt sterk per soort en levensstadium. Aal en volwassen driedoornige stekelbaars kunnen relatief grote drukverlagingen verdragen. Andere vissen, waaronder jonge karperachtigen, zijn veel kwetsbaarder. Ook maakt het verschil of vissen zelfstandig door de leiding zwemmen of met de waterstroom worden meegevoerd.

Voor voorzieningen die geschikt moeten zijn voor een breed scala aan vissoorten en levensstadia, moeten de drukverschillen beperkt blijven. Het rapport noemt als best beschikbare schatting een hevelhoogte van ongeveer één meter boven het laagste waterpeil voor zelfstandig zwemmende vissen en minder dan circa twee meter voor meegevoerde vissen. Deze waarden vragen om verdere onderbouwing voor Nederlandse doelsoorten.

Hoge hevels kunnen op specifieke locaties een oplossing bieden voor tolerante soorten, maar zijn niet geschikt voor alle vissen. RAVON adviseert daarom om drukveranderingen vooraf zorgvuldig door te rekenen en het ontwerp af te stemmen op de aanwezige soorten en levensstadia.