Atlastekst heikikker

De heikikker is een vrij kleine en fijngebouwde kikker met meestal een duidelijke, lichte, brede streep op de rug.
Jaar: 2009
Auteurs extern: De Jong, T.H. & Vos, C.C.

De heikikker (Rana arvalis) is een vrij kleine, fijngebouwde kikker die meestal herkenbaar is aan een lichte rugstreep. Tijdens de voortplantingsperiode kunnen de mannetjes opvallend blauw kleuren. De soort leeft vooral in vochtige, relatief voedselarme gebieden zoals heide, hoog- en laagveen, beekdalen en moerassen.

De heikikker wordt ongeveer 4,5–6 cm lang. Hij lijkt sterk op de bruine kikker, maar heeft onder andere een spitsere snuit en vaak een duidelijke lichte rugstreep en bovenlip.

De voortplanting vindt vooral plaats in maart en duurt binnen een populatie vaak maar enkele dagen. De mannetjes vormen koren en kunnen tijdens de piek van de voortplanting intens blauw kleuren. Een eiklomp bevat ongeveer 600–3.000 eieren.

Als voortplantingswater gebruikt de heikikker vooral ondiepe, zonbeschenen en voedselarme wateren, waaronder heidevennen en wateren in hoog- en laagveen. Buiten de voortplantingsperiode verblijft hij vooral in vochtige, dichte vegetaties in de omgeving van het water.

De heikikker stond in 2007 als ‘thans niet bedreigd’ op de Rode Lijst, maar was sinds de periode vóór 1950 met ongeveer 29% afgenomen. Belangrijke oorzaken zijn ontginning van heide en hoogveen, verdroging, intensivering van de landbouw en versnippering van leefgebieden. De monitoring over 1997–2007 liet een stabiele trend zien.