Beheer

Een poel levend houden

Een poel is nooit “af”. Goed beheer zorgt ervoor dat hij geschikt blijft voor de soorten die ervan afhankelijk zijn.

Vuistregels voor poelenbeheer

  • Voer beheer uit tussen begin september en half oktober.
  • Schoon de poel wanneer 50-70% van het wateroppervlak is dichtgegroeid.
  • Verwijder bomen en struiken als ze voor te veel schaduw of bladval zorgen.
  • Behoud altijd een deel van de water- en oevervegetatie en zorg voor een gevarieerde structuur.
  • Verwijder overtollig slib en blad, maar laat altijd een deel achter.
  • Werk gefaseerd: beheer nooit de hele poel of alle poelen in een gebied tegelijk, zodat dieren kunnen uitwijken en verschillende ontwikkelingsstadia behouden blijven.

Naast goed beheer spelen zijn er ook verschillende invloeden van buitenaf die bepalen of een poel geschikt is voor amfibieën.

Invloedsfactoren

 

 

Wanneer beheer uitvoeren?

De beste periode om een poel te beheren is in september en oktober

In die periode hebben de meeste amfibieën het water verlaten. Libellenlarven daarentegen zijn het gehele jaar door aanwezig en daar is dus geen ‘veilige’ periode voor te geven. In september  en oktober is de temperatuur echter nog voldoende hoog en zijn veel soorten nog actief, waardoor zij zich bij verstoring mogelijk nog kunnen verplaatsen. Het maaien van oevers kan ook in deze periode worden uitgevoerd en het verwijderen van bomen en struiken kan de gehele winter plaatsvinden (maar vóór het vogelbroedseizoen en alleen indien er geen jaarrond beschermde nestplekken aanwezig zijn, zoals die van steenuilen).

Bomen en struiken verwijderen

  • Kan gedurende de winter.
  • Doe dit vóór het vogelbroedseizoen.
  • Controleer altijd op beschermde nesten en verblijfplaatsen.

 

Hoe beheer je een poel?

1.  Schoon de poel gefaseerd

  • Laat altijd een deel van de water- en oevervegetatie staan.
  • Streef naar ongeveer 30–50% open water.
  • Voer werkzaamheden bij voorkeur vanuit één kant uit.
  • Schoon niet de hele poel in één keer.
  • Bij grotere poelen kan ongeveer 2/3 van het oppervlak ongemoeid blijven

 

2. Verwijder overtollig slib en organisch materiaal 

Verwijder slib wanneer de poel steeds ondieper wordt en in de zomer dreigt droog te vallen. Ook een grote hoeveelheid rottend blad kan de waterkwaliteit negatief beïnvloeden.

Let op:

  • Bagger niet dieper dan nodig.
  • Laat altijd een deel van de sliblaag liggen. Zo voorkom je dat de zaadbank verloren gaat en beperk je het risico op verzuring.
  • Voer slib en maaisel af of verwerk het op voldoende afstand van de poel.

 

3. Houd de poel voldoende zonnig

Bomen en struiken kunnen waardevol zijn als schuilplek voor dieren. Verwijder daarom niet alle opslag.

Grijp in wanneer:

  • de poel te veel beschaduwd raakt;
  • er veel blad in het water valt.

Werk ook hier gefaseerd.

4. Beheer de oever

Een gevarieerde oever is belangrijk voor veel soorten. Laat daarom delen van de oever ongemoeid.  Bijzondere pioniervegetaties met soorten als koprus, kruipend moerasscherm en teer guichelheil hebben juist baat bij het plaatselijk openmaken van de bodem. Op zulke plekken kan periodiek afschrapen of plaggen nodig zijn.

Rondom poelen die zich in (grazige) vegetaties bevinden die met enige regelmaat gemaaid worden, dient een strook van tenminste 5 m om het water te worden ontzien. Deze strook biedt fauna een rustplaats (dekking) en foerageerplaats. Om boomopslag in deze zone te voorkomen, kan de strook gefaseerd worden gemaaid in de periode september tot half oktober. Op plaatsen waar maaien onnodig is, zoals in heideterreinen met dopheide, struikheide en pijpenstrootje, moet beslist niet worden gemaaid.

5. Houd rekening met begrazing

Begrazing kan voordelen hebben, maar dieren kunnen ook oevers vertrappen of het water verrijken met mest.  Bij extensieve begrazing kan gedeeltelijk uitrasteren voldoende zijn. Bij intensieve begrazing heeft volledig uitrasteren de voorkeur.

6. Beheer van meerdere poelen

Beheer niet alle poelen in een gebied tegelijkertijd. Door werkzaamheden over verschillende jaren te spreiden, blijven verschillende ontwikkelingsstadia aanwezig. Dieren kunnen bovendien uitwijken naar andere poelen. Bij een cluster van poelen kun je daarom bijvoorbeeld ieder jaar een deel van de poelen aanpakken.

Praktische uitvoering

Kleinschalig beheer

  • handmatig werken;
  • eventueel samen met een lokale vrijwilligersgroep.

Machinaal beheer

  • maaikorf voor vegetatie;
  • gesloten bak voor het verwijderen van slib;
  • rijplaten gebruiken op kwetsbare oevers om schade te beperken.
  • bij grotere ingrepen kunnen waardevolle drijvende watervegetaties tijdelijk op het land worden gelegd. Na afronding van de werkzaamheden, die zo kort mogelijk moeten duren, kan de watervegetatie weer worden teruggeplaatst.

 

Onderhoud van een poel door vrijwilligers van SLG

Voorkom verspreiding van amfibieziekten en invasieve exoten

Bij het beheer van poelen is het belangrijk om te voorkomen dat ziekteverwekkers en invasieve exoten tussen verschillende poelen worden verspreid. Reinig en desinfecteer daarom laarzen, schepnetten, emmers en ander materiaal voordat je naar een andere poel gaat.

Volg hiervoor het RAVON-hygiëneprotocol voor veldwerk.

Wat moet je vooral niet doen?

❌ De hele poel in één keer schonen
❌ Alle waterplanten verwijderen
❌ Alle bomen en struiken rondom de poel verwijderen
❌ Alle slib verwijderen
❌ Alle poelen in een gebied tegelijkertijd beheren
❌ Met machines over kwetsbare oevers rijden

 

 

 

Poelenwerkgroepen

Hulp nodig bij het beheer? Door heel Nederland zijn er werkgroepen actief die zich bezig houden met het beheren van natuur. Zin om zelf de handen uit de mouwen te steken, of zoek je juist ondersteuning bij het onderhoud van jou poel en denk je dat dit goed samen met vrijwilligers kan? Neem dan een kijkje op de pagina  Werkgroepen

 

Tip: Ook voor beheer zijn soms subsidies of vergoedingen beschikbaar via provincie of gemeente.

Poelenbeheer in Nederland

Mick Vos van RAVON neemt je in dit filmpje mee langs verschillende poelen en licht de 5 belangrijkste vuistregels toe, zodat je ook zelf een goed onderhouden poel van een slecht onderhouden poel kunt onderscheiden.

Veelgestelde vragen

Contact

Het aanleggen van een poel vraagt maatwerk, met aandacht voor lokale factoren zoals grondwaterstand, flora en fauna.
Help mee met poelenbeheer! Ontdek hoe poelenwerkgroepen poelen onderhouden en leefgebieden behouden voor amfibieën en libellen.

Gerelateerd

Praktische beheermaatregelen voor poelen, landhabitats en verbindingen voor bedreigde en prioritaire amfibieën in Noord-Brabant.
RAVON-protocol voor reiniging en desinfectie van veldmateriaal om verspreiding van amfibieziekten tussen locaties te voorkomen.