Klimaatverandering

RAVON en klimaatverandering

Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor reptielen, amfibieën en vissen. Hogere temperaturen, langere perioden van droogte, hevige neerslag en veranderende waterstanden beïnvloeden hun leefgebieden, voortplanting, voedselbeschikbaarheid en overlevingskansen. Juist deze soortgroepen zijn gevoelig voor veranderingen in hun omgeving. Amfibieën zijn afhankelijk van schoon water én geschikt landbiotoop, vissen reageren direct op veranderingen in waterkwaliteit, stroming en temperatuur, en reptielen zijn sterk verbonden met zon, structuur en microklimaat in hun leefgebied.

RAVON onderzoekt hoe soorten op deze veranderingen reageren en vertaalt die kennis naar praktische bescherming. We volgen populaties, brengen kwetsbare leefgebieden in kaart en signaleren waar klimaatdruk bestaande problemen versterkt, zoals verdroging, versnippering, slechte waterkwaliteit en de opmars van invasieve exoten. Daarbij werken we samen met terreinbeheerders, overheden, waterschappen, onderzoekers en vrijwilligers. Zo maken we zichtbaar waar soorten onder druk staan, welke maatregelen nodig zijn en hoe natuurgebieden veerkrachtiger kunnen worden ingericht. Klimaatverandering vraagt niet alleen om kennis, maar ook om tijdige actie in het veld.

Van klimaatdruk naar gerichte maatregelen

Een belangrijk deel van het werk van RAVON bestaat uit het volgen van veranderingen in verspreiding en populatieontwikkeling. Door langdurige monitoring zien we waar soorten achteruitgaan, waar nieuwe kansen ontstaan en waar herstelmaatregelen effect hebben. Die informatie is nodig om natuurbeheer aan te passen aan een veranderend klimaat.

Bij amfibieën speelt verdroging een grote rol. Poelen, vennen en sloten vallen vaker of eerder in het seizoen droog, waardoor eieren en larven zich niet altijd kunnen ontwikkelen. RAVON adviseert daarom over het herstellen, verdiepen of aanleggen van voortplantingswateren, het verbeteren van waterkwaliteit en het versterken van verbindingen tussen poelen. Voor soorten als kamsalamander, boomkikker en geelbuikvuurpad kan een netwerk van geschikte, schoonwaterige voortplantingsplekken het verschil maken tussen achteruitgang en herstel.

Ook vissen krijgen te maken met klimaatverandering. Hogere watertemperaturen, lage waterstanden en zuurstoftekort kunnen leefgebieden minder geschikt maken. Tegelijk kunnen piekbuien en veranderende afvoerpatronen invloed hebben op migratie, paaigebieden en schuilmogelijkheden. RAVON brengt knelpunten in beken, rivieren, sloten en kanalen in beeld en adviseert over maatregelen zoals natuurvriendelijke oevers, betere migratiemogelijkheden, herstel van stroming en meer variatie in waterdiepte en structuur.

Voor reptielen draait klimaatadaptatie vaak om het behouden van geschikt microklimaat. Te veel verruiging, verdroging of juist verlies aan beschutting kan leefgebieden ongeschikt maken. RAVON adviseert daarom over beheer dat zorgt voor afwisseling: zonnige plekken, ruigte, schuilplaatsen, overwinteringsplekken en veilige verbindingen. Dat helpt soorten zoals zandhagedis, levendbarende hagedis, ringslang en adder om extreme omstandigheden beter te doorstaan.

Veelgestelde vragen