Nevengeulen in uiterwaarden als kraamkamer voor riviervissen

Onderzoek naar de waarde van nevengeulen, strangen en uiterwaardplassen als paai- en opgroeigebied voor jonge riviervissen.
Jaar: 2011
Uitgever: Bosschap, bedrijfschap voor bos en natuur
Auteurs RAVON: Jan Kranenbarg
Auteurs extern: Martijn Dorenbosch, Nils van Kessel, Frank Spikmans, Wilco Verberk, Rob Leuven

Dit onderzoeksrapport beoordeelt vijf habitattypen in het Nederlandse rivierengebied: geïsoleerde plassen, aangetakte rivierarmen en plassen, aangetakte strangen, meestromende nevengeulen en rivieroevers. Op 37 locaties langs Waal, Nederrijn, Lek, IJssel en Maas is onderzocht hoe juveniele vissen deze habitats gebruiken. Meestromende nevengeulen en aangetakte strangen blijken vooral belangrijk als opgroeigebied voor stroomminnende soorten. Geïsoleerde plassen herbergen juist vooral algemene en plantminnende vissen. Het rapport benadrukt het belang van grote, gevarieerde geulen, natuurlijke zachte bodems en een samenhangend netwerk van uiterwaardwateren en rivieroevers. Bekijk of download de pdf voor onderzoeksresultaten en aanbevelingen voor aanleg en beheer.