Padden.nu 2010

Nederland zet ruim 20 kilometer aan amfibieën over!

Padden.nu 2010: 35 werkgroepen zetten 98.245 amfibieën over. Landelijk bij benadering 292.050 dieren, een stoet van 20 kilometer.
Jaar: 2010
Uitgever: RAVON
Auteurs RAVON: Jelger Herder
Auteurs extern: T. Hankman

Het rapport Padden.nu 2010 van Stichting RAVON beschrijft het derde jaar dat de website Padden.nu in de lucht is. In 2010 meldden zich 9 nieuwe werkgroepen aan, waarmee het totaal op 57 aangesloten werkgroepen kwam. Drenthe was nog steeds de enige provincie van waaruit zich geen paddenwerkgroep had gemeld. Van de 57 werkgroepen gaven er 35, met in totaal 64 trajecten, hun overzetresultaten door. Samen zetten zij 98.245 amfibieën over. Volgens het rapport werden er in 2010 zowel in totaal als per traject meer amfibieën overgezet dan in 2009. Daarbij wegen de enorme aantallen op het traject bij Amerongen zwaar: daar steeg het aantal van 16.288 naar 24.246 dieren. Gemiddeld werden er 2.655 amfibieën per werkgroep overgezet. Zonder Amerongen was dat in 2009 gemiddeld 1.650 en in 2010 gemiddeld 2.055 dieren per werkgroep; volgens het rapport was 2010 dus een aanzienlijk beter jaar voor de amfibieëntrek. Uitgaande van zo’n 110 actieve paddenoverzetgroepen zijn er bij benadering 292.050 amfibieën in heel Nederland veilig naar de overkant geholpen. Bij een gemiddelde lengte van zo’n 7 centimeter vormen die achter elkaar een stoet van 20 kilometer. In Amerongen ging het voor 96% om gewone padden. Het Kuinderbos staat op de tweede plaats met 13.744 overgezette dieren.

De meeste overgezette dieren waren gewone padden (68.978), gevolgd door de bruine kikker (3.191) en de kleine watersalamander (2.933). Er werden 951 rugstreeppadden overgezet (in 2009 slechts 37), 1.108 heikikkers (in 2009 366) en 584 kamsalamanders (in 2009 2). Die stijging bij de kamsalamander verklaart het rapport doordat er een werkgroep met veel kamsalamanders op het traject is aangesloten. Ook werden 6 boomkikkers en 2 vroedmeesterpadden overgezet; de vroedmeesterpad is een nieuwe soort voor Padden.nu. Nieuw op de lijst zijn ook de meerkikker en de poelkikker, die volgens het rapport waarschijnlijk eerder als “groene kikker onbepaald” werden geregistreerd. Met de knoflookpad erbij zijn 14 van de 16 in Nederland voorkomende amfibiesoorten overgezet. De overzetlocatie van de knoflookpad wordt vanwege de kwetsbaarheid van de soort niet gemeld.

De winter was de koudste sinds 1996. In de eerste helft van maart lagen de temperaturen nog beneden het vriespunt. In de tweede helft van maart schoten de temperaturen plots omhoog (18, 19 en 20 maart), samen met een piek in de neerslag. De lente was met 8,9°C precies normaal, maar wel de koudste lente in 15 jaar, en droog met 132 mm neerslag. Volgens het rapport viel de trek daardoor in één grote piek: door de lang aanhoudende vorst moesten de dieren wachten. Eind februari was er een klein piekje van vroeg trekkende soorten. De dag met de grootste trek was 20 maart, toen er 11.764 gewone padden werden overgezet.

Het rapport bevat ook een overzicht van twintig gemelde knelpunten, waar voorzieningen of een paddenoverzetgroep wenselijk zijn. Het bezoek aan de website is gedurende de paddentrek (maart en april) meer dan verdubbeld ten opzichte van 2009. De auteurs concluderen dat het nog lastig is om harde uitspraken te doen, omdat de samenstelling van de werkgroepen die gegevens doorgeven steeds wisselt. Ze vragen iedereen om de gegevens de komende jaren te blijven invoeren.