Atlastekst gewone pad

De gewone pad is een van de algemeenste amfibieën van Nederland.
Jaar: 2009
Auteurs extern: Gertjan Martens & Robbert Snep

De gewone pad (Bufo bufo) is een van de algemeenste amfibieën van Nederland. Het is een relatief grote, zwaar gebouwde pad met een wrattige huid. De soort komt in alle provincies voor en stelt weinig eisen aan zijn leefgebied. Zelfs in wateren met veel vis kan de gewone pad zich succesvol voortplanten.

De mannetjes worden maximaal ongeveer 8 cm lang en de vrouwtjes ongeveer 10 cm. De rug varieert van beige en licht- of donkerbruin tot bruinrood. Kenmerkend zijn de koperrode iris en de twee grote gifklieren achter de ogen. Juveniele dieren zijn veel donkerder en kunnen steenrode vlekken hebben; pas gemetamorfoseerde padjes zijn vaak vrijwel zwart.

De gewone pad wordt vooral in het vroege voorjaar opvallend zichtbaar. In maart en april trekken grote aantallen dieren naar hun voortplantingswater. De omvang van deze paddentrek hangt sterk samen met temperatuur en luchtvochtigheid. De eieren worden als lange eisnoeren tussen waterplanten en takken afgezet. Een legsel bevat ongeveer 2.000 tot 6.000 eieren.

De soort is een echte generalist. Gewone padden leven onder meer in bossen, parken, tuinen, heiden, moerassen en agrarische landschappen. Als voortplantingswater is vrijwel ieder niet-verzuurd of brak water geschikt. Buiten de voortplanting zoeken de dieren beschutte plekken op en overwinteren ze ondergronds, bijvoorbeeld in droge bossen, dijken, erven en kelders.

Een belangrijk risico vormt het verkeer tijdens de paddentrek. Jaarlijks worden daarbij veel dieren gedood en lokaal kan verkeerssterfte zelfs leiden tot het verdwijnen van een populatie. Paddenoverzetacties en goed aangelegde paddentunnels kunnen deze sterfte verminderen.

De gewone pad stond in de beschreven periode niet op de Rode Lijst en was ten opzichte van de periode vóór 1950 min of meer stabiel gebleven. De monitoring over 1997–2007 liet zelfs een matige toename zien.