Zoek
vrijdag 3 september 2010  Soorten » Vissen » Zeeprik Registreren  Inloggen

 Zeeprik

 

Petromyzon marinus
 
Beschrijving

De zeeprik (Petromyzon marinus) is een langgerekte vis met zeven kieuwopeningen. Ze hebben een mondschijf waarmee ze zich vastzuigen aan andere vissen waarop ze parasiteren. De mondschijf van de zeeprik bevat tandjes die in concentrische cirkels zijn geplaatst, dit is het belangrijkste determinatiekenmerk.
 
Voorkomen
 
De zeeprik is een stromingsminnende trekvis. De larven van de zeeprik leven in zoet water waar ze zich voeden met microscopische algen, bacteriën en schimmels die ze uit het water filteren. Bij een leeftijd van 3 tot 8 jaar metamorfoseren ze naar volwassen zeeprikken die dan naar zee trekken. Om te paaien trekken de volwassen zeeprikken de rivieren op waar ze ver landinwaarts paaien in de midden- of bovenlopen van de grote rivieren en hun zijrivieren.
De zeeprik is in Nederland een zeldzame verschijning. De soort wordt incidenteel waargenomen in met name de grote rivieren en het Noordzeekanaal. Er zijn vlak over de grens in Duitsland paaiplaatsen bekend en door de vondst van zeepriklarven, o.a. in de Roer, wordt het aannemelijk geacht dat de zeeprik zich ook in Nederland voortplant.
 
Voortplanting
 
Zeeprikken paaien in snelstromende riviertjes. Soortgenoten vinden elkaar doordat paairijpe individuen feromonen uitscheiden.  Bij paairijpe individuen vergroeit de staartvin met het einde van de tweede rugvin. Bovendien zijn paairijpe  mannetjes te herkennen aan de kabelachtige verdikking die in de lengterichting over de rug loopt en is er tijdens de paai een kleine penis zichtbaar. Vrouwtjes zijn te herkennen aan een verdikte buikvin en een blaarachtige structuur op de voorste rugvin, die samen dienen voor ‘grip’ tijdens de paai.  In tegenstelling tot beek- en rivierprikken paaien zeeprikken niet in groepen, maar in paren.
 
Paaikuil
 
Het mannetje en vrouwtje werken samen aan het maken van een geschikte paaikuil. Deze is direct bovenstrooms van stroomversnellingen gelegen. Met behulp van hun mondschijf verslepen ze stenen vanuit het nest en stapelen deze op direct benedenstrooms van de paaiplek. Sommige stenen die worden verplaatst zijn zo groot als een tennisbal. Er ontstaat een nestkuil van 1 tot 3 meter in diameter en enkele decimeters diep. Wanneer de paai begint zuigt het vrouwtje zich met haar mondschijf vast aan aantal grote stenen in de buurt van het bovenstroomse eind van het nest. Het mannetje hecht zich op dezelfde manier vast en wikkelt zich deels om haar heen, waardoor de eitjes naar buiten worden geperst, terwijl tegelijkertijd sperma vrijkomt. Samen maken ze krachtige bewegingen waardoor zandkorrels worden opgewerveld, die zich vervolgens vasthechten aan de bevruchte eitjes. Dit leidt tot verzwaring van de eitjes, die zich onderin de nestkuil ontwikkelen. Door de stroming in de paaikuil worden er regelmatig eitjes uit het nest gespoeld. De stapel stenen die de ouders benedenstrooms van de paaikuil hebben neergelegd moet dit voorkomen.

Bescherming

De zeeprik staat niet op de rode lijst omdat hij zich niet in Nederland voortplant. De soort is ook niet opgenomen in de Flora- en faunawet. Wel is de zeeprik internationaal beschermd middels de Conventie van Bern (Bijlage 3) en de Europese Habitatrichtlijn (bijlage 2)


 Zeeprik film

 Fotoalbum
Zeeprik Roer Frank Spikmans
Zeeprik (3)
Zeeprik (1)
Zeeprik
Zeeprik (4)
Zeeprik (2)

Copyright 2008 RAVON