Zoek
zaterdag 4 februari 2012  Soorten » Vissen » Zeeprik Registreren  Inloggen
 Zeeprik

 

Petromyzon marinus
 
Beschrijving

De zeeprik (Petromyzon marinus) is een langgerekte vis. Hij heeft zeven kieuwopeningen. Met een mondschijf zuigt hij zich vast aan andere vissen,  waarop hij parasiteert. Die mondschijf bevat tandjes in concentrische cirkels. Dit is het belangrijkste determinatiekenmerk.
 
Voorkomen
 
De zeeprik is een stromingsminnende trekvis. De larven van de zeeprik leven in zoet water. Ze eten microscopische algen, bacteriën en schimmels, die ze uit het water filteren. Bij een leeftijd van drie tot acht jaar metamorfoseren ze naar volwassen zeeprikken. Deze volwassen vissen trekken dan naar zee. Om te paaien ze de rivieren op. Landinwaarts paaien ze in de midden- of bovenlopen van de grote rivieren en hun zijrivieren.
 
In Nederland is de zeeprik zeldzaam. Hij wordt incidenteel waargenomen in de grote rivieren en het Noordzeekanaal. Er zijn vlak over de grens in Duitsland paaiplaatsen bekend. En door de vondst van zeepriklarven, o.a. in de Roer, is het aannemelijk dat de zeeprik zich ook in Nederland voortplant.
 
Voortplanting
 
Zeeprikken paaien in snelstromende riviertjes. Soortgenoten vinden elkaar doordat paairijpe individuen feromonen uitscheiden.  Bij paairijpe individuen vergroeit de staartvin met het einde van de tweede rugvin. Ook zijn paairijpe  mannetjes te herkennen aan de kabelachtige verdikking ( in de lengterichting over de rug). En tijdens de paai kun je een kleine penis zien.
 
Vrouwtjes zijn te herkennen aan een verdikte buikvin en een blaarachtige structuur op de voorste rugvin. Dit dient voor ‘grip’ tijdens de paai.  In tegenstelling tot beek- en rivierprikken paaien zeeprikken niet in groepen, maar in paren.
 
Paaikuil
 
Het mannetje en vrouwtje werken samen aan het maken van een geschikte paaikuil. Deze ligt direct bovenstrooms van stroomversnellingen. Met behulp van hun mondschijf verslepen ze stenen vanuit het nest en stapelen deze op direct benedenstrooms van de paaiplek. Sommige stenen zijn zo groot als een tennisbal. Er ontstaat een nestkuil van 1 tot 3 meter in diameter en enkele decimeters diep.
 
Wanneer de paai begint zuigt het vrouwtje zich met haar mondschijf vast aan aantal grote stenen in de buurt van het bovenstroomse eind van het nest. Het mannetje hecht zich op dezelfde manier vast en wikkelt zich deels om haar heen. Hierdoor worden de eitjes naar buiten geperst. Tegelijkertijd komt sperma vrij.
 
Samen maken ze krachtige bewegingen. Hierdoor worden zandkorrels opgewerveld. Die hechten zich vast aan de bevruchte eitjes. Dit leidt tot verzwaring van de eitjes. Die eitjes ontwikkelen zich onderin de nestkuil. Door de stroming in de paaikuil worden er regelmatig eitjes uit het nest gespoeld. De stapel stenen, die de ouders benedenstrooms van de paaikuil hebben neergelegd, moet dit voorkomen.

Bescherming

De zeeprik staat niet op de rode lijst omdat hij zich niet in Nederland voortplant. Hij is ook niet opgenomen in de Flora- en faunawet. Wel is de zeeprik internationaal beschermd middels de Conventie van Bern (Bijlage 3) en de Europese Habitatrichtlijn (bijlage 2)

  

 Fotoalbum
Zeeprik (1)
Zeeprik
Zeeprik (2)
Zeeprik (4)
Zeeprik (3)
Zeeprik Roer Frank Spikmans
  

© PlumIT