Zoek
zaterdag 4 februari 2012  Soorten » Vissen » Serpeling Registreren  Inloggen
 Serpeling

Serpeling (leuciscus leusiscus)

Beschrijving

De serpeling (Leuciscus leuciscus) leeft in scholen. Hij verblijft  in heldere, stromende wateren zoals beken en kleine rivieren, waar stenen op de bodem liggen en wat bedekking is van waterplanten. De soort wordt ook wel eens in stilstand water aangetroffen. Ondanks de onderstandige bek vindt de serpeling zijn voedsel niet alleen op de bodem, maar ook in het water en aan het oppervlak. Hij eet vooral dierlijk voedsel en algen.

Een adulte serpeling is meestal 15 tot 20 centimeter groot. Hij  kan een lengte bereiken van 30 centimeter. De paaiperiode valt vroeg in het jaar en duurt kort (half maart tot begin april). De eieren worden afgezet op grind. De larven laten zich met de stroom meedrijven. Ze groeien op, op plaatsen met een geringe stroomsnelheid, waar behalve grind ook slib aanwezig is. De serpeling is een zeldzame verschijning. De belangrijkste redenen voor zijn achteruitgang zijn: het verdwijnen van geschikt leefgebied en de opwarming van water (als gevolg van het wegvallen van stroming). De soort is gevoelig voor zuurstofgebrek.

Bescherming

De serpeling heeft op de Rode Lijst de status van “kwetsbaar” (Staatscourant, 2004). Hij geniet geen bijzondere bescherming in de Europese regelgeving.

 

  

 Fotoalbum
  

© PlumIT