
Beschrijving
Volwassen rivierprikken (Lampetra fluviatilis) zijn langgerekt. Ze hebben een grijsbruine rug en zeven kieuwopeningen. In de mond staan scherpe tandjes, waarmee ze zich kunnen hechten aan een gastheer. De larven van de rivierprik zijn zilverachtig van kleur. De rivierprik is nauw verwant aan de beekprik. Net als de beekprik leeft hij een groot deel van zijn leven (zo`n 4½ jaar) als larve in de bodem. De larven filteren daar kleine organismen uit het water.
Als ze gemetamorfoseerd zijn vertrekken ze stroomafwaarts naar de zee. De volwassen dieren parasiteren daar op andere vissen, zoals haring. Na twee á drie jaar gaan ze naar paaiplekken in zoete wateren. Na de voortplanting sterft de rivierprik.
Hij wordt aangetroffen in heel Nederland. Volwassen exemplaren komen voor in mondingen van rivieren en de kustwateren. Larven (en volwassenen) worden aangetroffen in de midden- en bovenloop van grotere rivieren en hun zijstroompjes. Ook zijn ze te vinden in de grotere beken.
Bescherming
De soort staat niet meer op de Rode Lijst (Staatscourant 2004). Hij is wel in tabel 3 van de Flora- en faunawet opgenomen. Ook is hij internationaal beschermd middels de Conventie van Bern (bijlage 3) en de Europese Habitatrichtlijn (bijlage 2 en 5).