
Verspreiding
Het natuurlijke verspreidingsgebied van de Pontische stroomgrondel is gelegen in rivierstroomgebieden die uitmonden in de Azov en Zwarte Zee. In 2009 is de aanwezigheid van de soort in het Nederlandse deel van de Rijn bevestigd. De soort is vooralsnog alleen aangetroffen in de Waal, Boven-Merwede, Nederrijn, Rijn en IJssel.
Beschrijving
De maximale grootte van de Pontische stroomgrondel is circa 20 cm (♂ 19,5 cm/♀ 12,8 cm). De soort wordt ongeveer 5-6 jaar oud. De borstvinnen zijn vergroeid tot een zuignap. De Pontische stroomgrondel heeft een relatief puntige kop. De kop is vrijwel even breed als hoog. De voorste rugvin heeft vijf tot zeven harde vinstralen, de achterste rugvin heeft één harde vinstraal en 14-17 zachte vinstralen. De achterste rugvin is van voor naar achter uniform in hoogte. De kleur is licht, waarbij het lijkt alsof de vis enigszins doorschijnend is.
De Pontische stroomgrondel is een bentische vissoort en tolereert een grote spreiding in zoutgehalten, tot circa 17‰ De Pontische stroomgrondel komt voornamelijk voor op zand, waarin de soort zich kan ingraven. Voortplanting vindt plaats op een leeftijd van 2 jaar. In zoet water zijn de dieren geslachtsrijp bij een lengte van 3,2 cm voor vrouwtjes en 4,0 cm voor mannetjes. De paai vindt plaats in de periode van april tot juni. De eieren worden afgezet op (onderzijden van) stenen of andere harde substraten, waaronder het mannetje een nest uitgraaft. Het mannetje bewaakt het nest en gaat na het paaiseizoen vaak dood als gevolg van verhongering.
Zie voor de kenmerken en herkenning de Herkenningsleutel hier rechts!
Bescherming
De Pontische stroomgrondel is een exoot in Nederland en geniet geen bescherming.

Verspreiding
Het natuurlijke verspreidingsgebied van de Pontische stroomgrondel is gelegen in rivierstroomgebieden die uitmonden in de Azov en Zwarte Zee. In 2009 is de aanwezigheid van de soort in het Nederlandse deel van de Rijn bevestigd. De soort is vooralsnog alleen aangetroffen in de Waal, Boven-Merwede, Nederrijn, Rijn en IJssel.
Beschrijving
De maximale grootte van de Pontische stroomgrondel is circa 20 cm (♂ 19,5 cm/♀ 12,8 cm). De soort wordt ongeveer 5-6 jaar oud. De borstvinnen zijn vergroeid tot een zuignap. De Pontische stroomgrondel heeft een relatief puntige kop. De kop is vrijwel even breed als hoog. De voorste rugvin heeft vijf tot zeven harde vinstralen, de achterste rugvin heeft één harde vinstraal en 14-17 zachte vinstralen. De achterste rugvin is van voor naar achter uniform in hoogte. De kleur is licht, waarbij het lijkt alsof de vis enigszins doorschijnend is.
De Pontische stroomgrondel is een bentische vissoort en tolereert een grote spreiding in zoutgehalten, tot circa 17‰ De Pontische stroomgrondel komt voornamelijk voor op zand, waarin de soort zich kan ingraven. Voortplanting vindt plaats op een leeftijd van 2 jaar. In zoet water zijn de dieren geslachtsrijp bij een lengte van 3,2 cm voor vrouwtjes en 4,0 cm voor mannetjes. De paai vindt plaats in de periode van april tot juni. De eieren worden afgezet op (onderzijden van) stenen of andere harde substraten, waaronder het mannetje een nest uitgraaft. Het mannetje bewaakt het nest en gaat na het paaiseizoen vaak dood als gevolg van verhongering.
Zie voor de kenmerken en herkenning de Herkenningsleutel hier rechts!
Bescherming
De Pontische stroomgrondel is een exoot in Nederland en geniet geen bescherming.