
Verspreiding
De kroeskarper komt voor in vegetatierijke uiterwaardwateren, afgesloten rivierarmen en sloten in agrarisch gebied. Vooral in west Nederland is hij plaatselijk nog redelijk algemeen te vinden.
Beschrijving
Kroeskarpers (Carassius carassius) hebben een vrij hoge rug en een eindstandige bek zonder baarddraden. Vooral dit laatste kenmerk maakt het onderscheidt met de sterk gelijkende karper mogelijk. De kroeskarper heeft in tegenstelling tot de gelijkende giebel of goudvis een duidelijk bolle rugvin en buikvinnen. De meeste kroeskarpers blijven kleiner dan 15 cm, maar de maximale lengte bedraagt 50 cm.
Deze omnivoor eet een verscheidenheid aan ongewervelden en plantaardig voedsel. Zijn voorkeur gaat uit naar stilstaande of langzaam stromende wateren met een rijke vegetatie. Hij is zelfs in staat te overleven onder zuurstofloze omstandigheden (wanneer een water droogvalt of dichtvriest).
In Nederland lijkt er een afname van het aantal kroeskarpers plaats te vinden. Vooral in het rivierengebied is de soort tegenwoordig zeldzaam. Een mogelijke verklaring voor een deel van de achteruitgang is de opkomst van de giebel. Hiermee kan hybridisatie en concurentie optreden.
Bescherming
De status van de kroeskarper wordt op de Rode Lijst "kwetsbaar" genoemd (Staatscourant, 2004). Hij heeft verder geen bijzondere wettelijke status.