
Verspreiding
De kroeskarper komt voor in vegetatierijke uiterwaardwateren, afgesloten rivierarmen en sloten in agrarisch gebied. Met name in west Nederland komt de soort plaatselijk nog redelijk algemeen voor.
Beschrijving
Kroeskarpers (Carassius carassius) hebben een vrij hoge rug en een eindstandige bek zonder baarddraden. Met name dit laatste kenmerk maakt het onderscheidt met de sterk gelijkende karper mogelijk. De kroeskarper heeft in tegenstelling tot de gelijkende giebel of goudvis een duidelijk bolle rugvin en buikvinnen. De meeste kroeskarpers blijven kleiner dan 15 cm, maar de maximale lengte bedraagt 50 cm. Deze omnivoor eet een verscheidenheid aan ongewervelden alsook plantaardig materiaal. De voorkeur gaat uit naar stilstaande of langzaam stromende wateren met een rijke vegetatie. Ze zijn zelf in staat om te overleven onder zuurstofloze omstandigheden, wanneer een water droogvalt of dichtvriest. In Nederland lijkt er een afname van het aantal kroeskarpers plaats te vinden. Met name in het rivierengebied is de soort tegenwoordig zeldzaam. Een mogelijk verklaring voor een deel van de achteruitgang opkomst van de giebel waarmee hybridisatie en concurentie kan optreden.
Bescherming
De status van de kroeskarper wordt op de Rode Lijst kwetsbaar genoemd (De Nie & Van Ommering, 1998), maar heeft verder geen bijzondere wettelijke status.