
Verspreiding
De verspreiding van de grote modderkruiper ligt grotendeels binnen het rivierengebied. Ook beekdalen en laagveen zijn belangrijke leefgebieden. De soort lijkt niet voor te komen in gebieden, die in het verleden zout waren (kustzone West-Nederland en Noord-Nederland). Ook is hij niet op de hogere gronden te vinden (Veluwe, Zuid-Limburg).
In Nederland was de grote modderkruiper in de jaren 30 en 50 van de vorige eeuw een algemene vis. Er zijn sterke aanwijzingen dat de soort na 1950 in ons land erg is achteruitgegaan. Op veel plekken, waar de grote modderkruiper vroeger aanwezig was, wordt hij nu niet meer aangetroffen. De sterke degradatie van verlandingshabitat, als gevolg van menselijk ingrijpen in het watersysteem, is hier vermoedelijk de oorzaak van.
Beschrijving
Het lichaam van een grote modderkruiper (Misgurnus fossilis) is langwerpig en rond. Hij heeft een zijdelings afgeplatte staart. De rug is bruin met een donker vlekkenpatroon, de buik is gelig. Rondom de bek zitten een tiental tastdraden. Hiermee kunnen in het donker kleine ongewervelde diertjes op de bodem worden gezocht.
Overdag verblijven de grote moddekruipers hangend in de dichte vegetatie. Of ze zijn ingegraven in de modder. De soort is aangepast om onder zuurstofarme omstandigheden te overleven. Ze absorberen dan zuurstof uit de darmen. Die zuurstof is daar opgeslagen door lucht in te slikken. Een teveel aan lucht verlaat via de anus het lichaam. Er klinkt dan een fluitend geluid. In de volksmond heten ze dan ook wel fluitaal of aalpieper.
Opmerkelijk is het vermogen te overleven in de bodem van drooggevallen wateren. Ingegraven in de modder kan zo wel een heel jaar overbrugd worden. De grote modderkruiper kan worden aangetroffen in stilstaande of langzaam stromende wateren, zoals sloten, vennen, plassen en meanders.
Bescherming
In de Rode Lijst wordt de grote modderkruiper 'kwetsbaar' genoemd (Staatscourant, 2004). Hij wordt beschermd door de Flora- en faunawet (tabel 3). Ook heeft hij een beschermingstatus in zowel de Conventie van Bern (bijlage 3) als in de Europese Habitatrichtlijn (bijlage 2).