
Verspreiding
De bittervoorn komt voor in het rivierengebied, zeekleigebied en laagveengebied. Binnen deze gebieden is hij te vinden in de wat bredere sloten, weteringen en vaarten. Ook wordt hij soms veel aangetroffen in vegetatierijke uiterwaardenplassen. Op de hogere zandgronden komt de bittervoorn minder algemeen voor. Daar is zijn voorkomen meestal gebonden aan laaglandbeken. Hij is vooral in het westen te vinden, in zowel stilstaand als stromend water met een goede begroeiing.
Beschrijving
De bittervoorn (Rhodeus amarus) is een karperachtige met een maximale lengte van 8 cm. Op de glanzende flanken is vanaf het midden tot aan de staart een blauwgroene streep zichtbaar. Bij de voortplanting is de bittervoorn afhankelijk van grote zoetwatermosselen. Bij het paaien worden achterelkaar de eitjes en spermatozoïden bij de mossel ingebracht. Daarna vindt de bevruchting plaats in de kieuwholte van de mossel.
Wanneer de larven zelf kunnen zwemmen, verlaten ze hun gastheer. Bittervoorns eten vooral plantaardig voedsel (algen). Dat wordt van stenen gegraasd. De soort is gevoelig voor watervervuiling en intensief schoningsbeheer, waarbij grote zoetwatermosselen op de kant belanden.
Bescherming
De bittervoorn staat op de Rode Lijst aangemerkt als "kwetsbaar" (Staatscourant, 2004). De soort wordt beschermd door de Flora- en faunawet (tabel 3). Ook heeft hij een beschermingstatus in de Conventie van Bern (bijlage 3) en in de Europese Habitatrichtlijn (bijlage 2).