
Beschrijving
Barbelen (Barbus barbus) hebben een voorkeur voor vrij brede, maar nog snelstromende rivieren en grotere beken. Het zijn schuwe vissen. Ze verblijven het liefst op in het midden van het stroomgebied. Deze zone, waar het soms de meest voorkomende vis is, wordt daarom ook de barbeelzone genoemd. Ze paaien in ondiep water boven goed doorstromende grind- en zandbanken. Om deze paaigronden te bereiken verplaatst deze mobiele soort ze zich soms over tientale kilometers. Ook zijn er verplaatsingen tussen dag- en nachtverblijfplaatsen en naar de overwinteringsplekken in rustiger, dieper water.
Het zijn echte bodemwoelers: Met hun bekdraden zoeken ze de bodem af naar insectenlarven, wormen, slakken en kleine kreeftachtigen. Verder eten ze kleine visjes, viskuit en plantaardig materiaal. Als bodemvis hebben ze moeite met het nemen van vistrappen. Een belangrijke oorzaak van hun achteruitgang is dan ook de aanleg van stuwdammen. Ze belemmeren de trek. Een andere oorzaak is de watervervuiling.
Bescherming
De barbeel heeft op de Rode Lijst de status van “bedreigd” (Staatscourant, 2004). Hij is opgenomen op bijlage 5 van de Habitatrichtlijn.