Het verspreidingsbeeld wordt in deze periode nog meer verfijnd. De Veluwe en de duinen blijven de bolwerken. Uit de provincies Groningen en Zeeland zijn ook in deze periode geen betrouwbare waarnemingen bekend.
Langs de gehele kuststrook van de provincie Noord-Holland is de zandhagedis bekend uit de duinen. Zowel de kalkrijke als de kalkarme duinen worden bezet, hoewel de dichtheid in de laatste aanzienlijk lager lijkt. De zandhagedis is ook uit de gehele kuststrook van Zuid-Holland bekend.
In Gelderland komt de soort voor op de Veluwe, het Bergerbos in Montferland, in de oostelijke Achterhoek (vooral op het oude spoorlijntje de Borkense baan) en op de Nijmeegse Stuwwal (Strijbosch 2005, Veenvliet & Schoen 1994).
Voor de provincie Utrecht zijn op de Utrechtse Heuvelrug momenteel nog vier grotere afzonderlijke clusters van leefgebieden te onderscheiden (van Delft & Creemers 2000).
Overijssel kent één belangrijk kerngebied voor de zandhagedis en dat is de Sallandse Heuvelrug, inclusief de noordelijker gelegen Archemer- en Lemelerberg. Daarnaast zijn er aan de noordgrens van Twente, enkele verspreid liggende vindplaatsen op een heideterrein bij Bruinehaar, in de omgeving van Langeveen en op de Noordelijke Manderheide en de Paardenslenkte.
Het weergegeven verspreidingsbeeld van de zandhagedis in Drenthe schetst mogelijk een iets te positief beeld. Populaties zijn hier met zekerheid bekend van heideterreintjes op de Hondsrug.
In Friesland wordt de soort alleen gemeld van Vlieland en Terschelling. Op beide eilanden komt de soort wijd verspreid voor in de droge duinvegetaties van helm en heide.
De huidige verspreiding in Noord-Brabant beperkt zich tot een gebiedje nabij Deurne. Verder is het waarschijnlijk dat er zich een kleine populatie bevindt in de heidegebieden en op de spoortaluds tussen Budel, Budel-Dorplein en Weert. In 2002 is hier nog een mannetje bij de zinkfabriek Budelco gevonden. Over de status van deze populatie is verder niets bekend (Dalessi 2005).
Ook van de provincie Flevoland is de zandhagedis bekend. Hoewel kolonisering van deze provincie onmogelijk op natuurlijke wijze gegaan kan zijn, zijn er al sinds het begin van de negentiger jaren waarnemingen uit het Roggebotbos in oostelijk Flevoland (Reinhold 2005a).
Alle populaties van de zandhagedis in Limburg bevinden zich ten oosten van de Maas.
De zeer dicht bezette uurhokken liggen voor het grootste deel op de Veluwe.
Zie ook de eerdere periode: 1971 t/m 1995